75 jaar later krijgen Molukse marinemannen in Leiden eindelijk een gezicht
In dit artikel:
Op begraafplaats Rhijnhof in Leiden kwamen zaterdag zo'n 250 mensen bijeen bij de graven van zeven Molukse marinemannen om 75 jaar sinds hun aankomst in Nederland te herdenken. De bijeenkomst gaf zichtbaarheid aan mannen die lang nauwelijks voorkwamen in het publieke verhaal over het koloniale verleden. Onder de aanwezige namen zijn C. Latuhihin, J. Latuny, E.K. Ligtenberg, T. Pattikawa, M. Workala, D. Pattiapon, M. Pelmelay en E. Souhoka; acht Molukkers kwamen ooit in Leiden wonen, zeven liggen er begraven.
De marinemannen arriveerden in 1951 en verschilden in lot van de KNIL-militairen: zij werden niet ontslagen omdat de marine bleef bestaan. Toch kwam gelijke behandeling pas later; ze kregen vaak minder loon en minder carrièrekansen en werden in de praktijk als minderwaardig beschouwd. Pas na 1962, toen velen de Nederlandse nationaliteit aannamen, werden zij echt als volwaardige marinemannen erkend. Die ongelijkheid veroorzaakte ook spanning binnen de Molukse gemeenschap, tussen wie ontslagen werd en terug wilde en wie in dienst bleef en integraal deel ging uitmaken van de samenleving.
Persoonlijke verhalen, zoals die van Edou Workala (wiens ouders van het eiland Serua komen), illustreren de ingrijpende transformatie: visserszonen die na een vliegtuigcrash in WOII in Australië opleiding tot marineman kregen en vervolgens naar Nederland kwamen — een kans, maar ook een grote cultuurschok. Hun kinderen groeiden “tussen twee werelden” op: niet in tijdelijke Molukse kampen, maar wel geconfronteerd met beperkingen in onderwijs- en beroepskeuzes. Tegelijk is er trots: veel van die nakomelingen bouwden succesvolle carrières op.
De herdenking is het resultaat van jarenlange inzet voor erkenning en bescherming van de graven; sinds 2021 is daaraan gewerkt. De graven kregen een bijzondere status en zijn voorzien van QR-codes waarmee bezoekers achtergrondverhalen kunnen lezen — een digitale verbinding tussen verleden en heden. De plechtigheid sluit aan op een bredere hernieuwde aandacht in Nederland voor het koloniale verleden en de rol van Molukkers daarin; ook politieke en maatschappelijke figuren riepen recent op tot erkenning. De organisatoren willen met de herdenking vooral “de mannen de eer geven die ze verdienen” en ook het aandeel van hun vrouwen niet vergeten.