Abdalla (16) sneuvelde in Syrië, OM houdt zijn moeder verantwoordelijk

vrijdag, 27 maart 2026 (17:03) - Omroep West

In dit artikel:

Ayada K. (49) uit Naaldwijk staat terecht omdat het Openbaar Ministerie haar verantwoordelijk houdt voor het meevoeren van haar twee minderjarige kinderen naar het kalifaat, deelname aan IS, wapenbezit, het weghalen van de kinderen bij hun vader, het rekruteren van haar toen 14‑jarige zoon Abdalla en medeschuld aan diens dood. In 2014 vertrok zij met haar 14‑ en 15‑jarige kinderen naar Turkije; tegen haar ex‑man zei ze dat het een vakantie was, terwijl ze thuis al haar huur had opgezegd en spullen had weggedaan. Volgens het OM ging ze bewust in op een huwelijk met een uit Denemarken afkomstige Libanese jihadist en werd zij en haar kinderen over de grens naar Syrië gebracht.

In Syrië trouwde ze formeel; in de jaren daarna raakten gebeurtenissen snel tragisch: K. kreeg een miskraam — mogelijk na mishandeling door haar man — haar dochter werd uitgehuwelijkt (eerste keer aan de Leidse jihadist Reda N., later aan een andere man die in 2017 omkwam) en haar zoon Abdalla werd op veertienjarige leeftijd ondergebracht in een shariakamp en later een militair trainingskamp van IS. Abdalla werkte vervolgens bij de militaire politie van IS en zou met zijn salaris het gezin onderhouden. Op 10 juni 2017 kwam hij om het leven; het OM vermoedt dat dit gebeurde tijdens een gevecht toen hij eten naar strijders bracht.

Het OM baseert zich onder meer op administratie die na de val van het kalifaat in beslag werd genomen door Amerikaanse troepen, een in het Nederlands geschreven briefje van K. waarin ze klaagde dat het salaris ophield, en verklaringen over het leven onder IS. Procureurs voeren aan dat K. goed op de hoogte had moeten zijn van de wreedheden van IS — de genocide op de Yezidi’s en openbare onthoofdingen stonden ruim vóór haar vertrek in het nieuws — en dat vrouwen in het kalifaat wel degelijk taken en invloed hadden. Het OM eist zeven jaar gevangenisstraf.

K. schwijgt grotendeels tijdens de zitting, maar riep éénmaal uit dat de aanklacht onwaar is. Haar verdediging betoogt dat zij niet ideologisch gemotiveerd handelde maar blind verliefd was op een man die haar een beter leven beloofde — beloftes die haar ertoe brachten de kinderen mee te nemen om bijvoorbeeld jeugdzorg te ontwijken. Advocaten stellen ook dat het bewijs, met name documenten uit het chaotische kalifaat‑archief, onbetrouwbaar is en dat Abdalla mogelijk alleen koranlessen volgde of slechts een dienstje voor de gewone politie deed, waardoor sprake zou zijn van geen feitelijke inlijving bij een gewapende groep.

K. verbleef tot circa eind 2019 bij de resterende IS‑eenheden en verklaarde in 2023 nog tegen een zus dat ze niet terug wilde naar Nederland omdat er geen toekomst voor moslims zou zijn. Uiteindelijk werden zij, haar dochter en haar jongste zoon in mei 2024 door de Nederlandse overheid teruggehaald; de dochter wordt niet vervolgd omdat zij minderjarig was bij vertrek. De zaak draait om de vraag in hoeverre K. bewust bijdroeg aan het IS‑regime en in hoeverre zij (al dan niet onder dwang) de verantwoordelijkheid droeg voor het lot van haar kinderen, met name voor het vroegtijdige overlijden van Abdalla.