Advocaat die slachtoffer van vuurwerkaanslag was: 'Hoeveel euro was mijn leven waard?'
In dit artikel:
Op 22 oktober 2024 ontplofte bij een advocatenkantoor aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag een vuurwerkbom; advocaat Azaad Ramsaroep sprak in de rechtszaal van een aanval op zijn leven en kreeg een hartverzakking door de explosie. Het Openbaar Ministerie ziet 29‑jarige Vinay R. uit Den Haag als degene die de opdracht gaf voor die aanslag; volgens het OM was het gericht tegen collega‑advocaat Sharita Bhulai, die de ex van R. bijstond in een conflict over de bezoekregeling voor hun kinderen.
R. ontkent stelselmatig betrokkenheid. Hij zegt dat anderen zijn telefoon gebruikten, dat hij filmpjes van de explosie alleen via een Telegramgroep ontving en opsloeg, en dat hij door schuldeisers — na een vermeende ripdeal en een schuld van circa 12.000 euro — in een val is gelokt. Eén uitvoerder van de aanslagen is al veroordeeld; R. zegt die man niet persoonlijk te kennen. Naast de Haagse explosie wordt R. ook verdacht van brandstichting, het ingooien van een ruit, wapenbezit en wapenhandel, en van het versturen van doodsbedreigingen aan zijn ex vanuit de gevangenis. Het OM ziet de gebeurtenissen in Den Haag als gekoppeld aan de privéruzie over omgangsregelingen.
Het dossier bevat aanwijzingen die R. verbinden met andere incidenten in België — twee Antwerpense restaurants en twee woningen in Kalmthout en Sint‑Niklaas — maar het OM vindt het bewijs voor enkele van die buitenlandse feiten onvoldoende en vraagt vrijspraak daarvoor. Voor de explosie in Sint‑Niklaas en de Haagse aanslag, en voor wapenhandel, bedreiging van Bhulai en doodsbedreigingen richting zijn ex, is volgens het OM wel genoeg bewijs aanwezig.
Slachtoffers en collega‑advocaten spreken over ernstige gevolgen: Bhulai zegt dat ze zich onveilig voelt binnen haar eigen Hindoestaanse gemeenschap en vraagt zich af “hoeveel euro was mijn leven waard”. Ramsaroep noemt de aanslag een duidelijke waarschuwing aan advocaten en benadrukt de kwetsbaarheid van de beroepsgroep. Deskundigen kwalificeren R. als iemand met een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en groot recidiverisico. Het OM eiste 13,5 jaar gevangenisstraf en een gedragsbeïnvloedende maatregel; de rechtbank doet uitspraak op 6 mei.