Amin Abou R. vrijgesproken van Hamas-financiering

woensdag, 27 mei 2026 (20:32) - Omroep West

In dit artikel:

Amin Abou R. uit Leidschendam is door de rechtbank in Rotterdam deels vrijgesproken van beschuldigingen dat hij geld naar Hamas zou hebben gestuurd en Europese sancties zou hebben omzeild. Het Openbaar Ministerie (OM) had hem sinds 2023 vervolgd en beweerde dat via hem ruim 11 miljoen euro naar Gaza was gegaan, waarvan 8,4 miljoen onderwerp van vervolging was. De rechtbank oordeelt echter dat daar onvoldoende bewijs voor is: er ontbreekt harde steun voor de conclusie dat donaties aan een weeskinderenstichting in Gaza door Hamas zijn gecontroleerd of dat R. dat wist.

De rechtbank kritiseert dat veel van het bewijs van het OM leunde op één deskundige die zijn conclusies baseerde op websites, rapporten en krantenartikelen. Dergelijke bronnen, zeker rapporten uit een conflictgebied, mogen volgens de rechters niet zonder meer als doorslaggevend bewijs dienen. Hoewel de rechtbank erkent dat R. sympathie voor Hamas heeft getoond, is dat op zichzelf niet genoeg om te bewijzen dat hij deel uitmaakte van of wist van een Hamas-controle over de stichting of de Gazaanse bank.

Wel bewezen is dat R. de stichting Al Aqsa uit Rotterdam heeft voortgezet nadat die in 2003 verboden werd. De rechtbank concludeert echter dat zijn betrokkenheid alleen kon worden aangetoond tot 2011. Door wetswijzigingen en de latere legalisatie van de stichting in 2014 kan dat niet leiden tot een zwaardere straf. R. is daarom uitsluitend veroordeeld voor het voortzetten van Al Aqsa in de periode 2007–2011 en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van één jaar — veel minder dan de drie jaar die het OM had geëist.

Na de uitspraak toonde R. zich met zijn gezin opgelucht; zijn advocaten gaan het vonnis bestuderen alvorens te beslissen over hoger beroep. De zaak onderstreept de moeilijke bewijslast rond financiële stromen uit Europa naar conflictgebieden en het belang van solide, onafhankelijk ondersteunend bewijs bij vervolgingen van mogelijk terrorismegerelateerde financiering.