Aziatische wesp zorgt voor onrust, maar hoe gevaarlijk is hij echt?

zondag, 7 juni 2026 (19:03) - Omroep West

In dit artikel:

De geelpoothoornaar breidt zich sinds 2017 in Nederland uit en zorgt voor commotie: gemeenten zetten vallen, imkers luiden de noodklok en op social media verschijnen waarschuwingen. Entomoloog Aglaia Bouma (Naturalis, Leiden) relativeert die paniek: de vermeende extra agressiviteit is "totaal opgeklopt" en wetenschappelijk bewijs dat deze soort gevaarlijker is dan inheemse wespen ontbreekt.

Voor de meeste mensen vormt de geelpoothoornaar geen groter risico dan andere wespen; alleen mensen met een allergie voor wespengif lopen echt levensgevaar door een anafylactische shock. De grote nesten van de geelpoothoornaar zitten vaak hoog in bomen, waardoor menselijk contact relatief zeldzaam is — in tegenstelling tot soorten die in de grond nestelen. Aanvallen gebeuren vooral als nesten verstoord worden, en dat gedrag verschilt niet wezenlijk van dat van andere hoornaars of wespen.

De steek kan iets pijnlijker aanvoelen omdat het dier groter is en meer gif geeft, maar ook daar is niets uitzonderlijks aan: de gewone Europese hoornaar kan zelfs meer gif produceren. Ernstige incidenten in Europa deden zich meestal voor nadat mensen zelf een nest probeerden te verwijderen; Bouma kent geen vergelijkbare zware gevallen in Nederland.

Debat over bestrijding is fel. Sommige imkers pleiten voor grootschalige bestrijding omdat geelpoothoornaars bij bijenkasten loeren en stress veroorzaken bij bijenvolken, vooral bij zwakke kolonies. Bouma nuanceert: de soort maakt bijen niet massaal dood, het beangstigen is het grotere probleem, en er bestaan beschermingsmaatregelen voor imkers.

Grote zorgpunt voor Bouma is de manier van bestrijden: in de regio zijn circa 750 vallen geplaatst, maar die blijken niet selectief genoeg. Inwonende Europese hoornaars en andere nuttige insecten vallen mee en dat kan de biodiversiteit schaden. Doorgedreven uitroeiing is volgens haar niet haalbaar; beheersen en lokaal verwijderen van nesten op risicoplaatsen (bijvoorbeeld bij scholen) is realistischer. Voor tuinders raadt ze aan een klein embryonestje te laten zitten: de dieren jagen vooral op andere insecten en vormen meestal geen plaag.