Bewoner pleit voor minder parkeerplekken in zijn wijk: 'Kritischer nadenken over eigen auto'
In dit artikel:
In de Haagse Vruchtenbuurt pleit bewoner Arjan Wolters voor minder parkeerplaatsen en meer gebruik van de vrijgekomen ruimte. Hij wijst op smalle stoepen in de Ananasstraat waardoor mensen met rollators of scootmobiels gedwongen zijn op straat te lopen, en op een gebrek aan groen: "Er is veel steen en zijn er weinig bomen", waardoor het in de zomer heet en schaduwrijkte ontbreekt. Wolters stelt dat het halveren van parkeerplaatsen de straat leefbaarder zou maken: meer plek voor spelende kinderen, bredere voetpaden, meer contact tussen buren en een aantrekkelijkere buurt die de waarde van woningen kan verhogen.
Wolters gebruikt zelf geen eigen auto maar een deelauto en wijst op alternatieven zoals tram, bus en elektrische fietsen. Hij erkent dat sommige mensen, bijvoorbeeld nachtdienstwerkers of mobiele beroepsgroepen, een vaste plek nodig hebben; voor hen zou de gemeente gerichte parkeermogelijkheden kunnen regelen. Zijn boodschap is vooral dat mensen kritischer moeten nadenken over de noodzaak van een eigen auto en vaker deelauto’s of openbaar vervoer moeten overwegen.
Omroep West hield een parkeermeldpunt waarop meer dan honderd reacties binnenkwamen — variërend van gebrek aan plekken tot klachten over bezoekersuren en de POET-regeling — en het meldpunt is inmiddels gesloten. Wolters’ verhaal laat zien dat in dichtbebouwde stadswijken het debat over ruimtegebruik en duurzame mobiliteit steeds urgenter wordt.