Bewoners ervaren geen overlast azc's ondanks felle protesten: 'Waren bang voor relletjes'
In dit artikel:
In 2025 neemt het verzet tegen de opvang van asielzoekers in Nederland toe: protesten worden feller, buurtbewoners gaan massaal de straat op en sommige burgemeesters staan onder druk. In de regio Zuid-Holland leidde dit tot omvangrijke demonstraties (met rookbommen en vuurwerk in Noordwijk) en symbolische acties (zoals spandoeken in Nieuwerkerk aan den IJssel). Tegelijk maakt de spreidingswet het voor gemeenten lastiger om plaatsing van azc’s tegen te houden; het nationale politiek debat over die wet bemoeilijkt lokaal besluiten nemen.
Omroep West en lokale omroepen inventariseren hoe opvanglocaties in de regio functioneren. De praktijk toont vaak dat veronderstelde problemen uitblijven zodra een centrum open is. In Alphen aan den Rijn, waar het azc aan de Genieweg dit voorjaar opende, waren winkeliers aanvankelijk bezorgd over relletjes en winkeldiefstal. Een halfjaar later constateren zij dat overlast vrijwel afwezig is en dat de buurt zelfs drukker is door nieuwe klanten. Ook in Delft en Rijswijk verliep de opvang relatief rustig; Rijswijk vangt ongeveer 350 mensen op en heeft afspraken met het COA en de politie vastgelegd in een veiligheidsplan. Incidenten bleven vooralsnog beperkt en vaak intern binnen het azc.
Cijfers bieden een genuanceerd beeld. Volgens het WODC was in 2024 3 procent van de bewoners van asiellocaties verdacht van een misdrijf, een daling ten opzichte van 2023, terwijl het aantal opvangplaatsen juist steeg tot circa 106.000 personen. Tegelijkertijd was 11 procent betrokken bij minder zwaarwegende ‘incidenten’ (agressieve of dreigende taal/gedrag), een stijging van 21 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Lokale ervaringen en sociale perceptie lopen soms uiteen: bewoners lezen negatieve verhalen online, maar ervaren in de praktijk weinig tot geen overlast.
Communicatie en lokaal draagvlak blijken cruciaal. Delft noemt actief voorlichting en het betrekken van omwonenden, ondernemers en vrijwilligers als reden voor de rustige ontvangst; veel Delftenaren boden meteen hulp aan met taallessen, fietsen en activiteiten. Gemeentebesturen benadrukken dat steun en duidelijke kaders vanuit Den Haag het voor hen makkelijker maakt om knopen door te hakken. Ambtenaren en bestuurders signaleren echter dat landelijke onduidelijkheid — zoals heen en weer gaand beleid over de spreidingswet — lokale besluitvorming ondermijnt.
In Noordwijk leidde de escalatie van protesten ertoe dat het college een voorstel tijdelijk introk nadat een raadsvergadering en de buitenbijeenkomst ontaardden in confrontaties met de politie. In Midden‑Delfland (Den Hoorn) is de bouw van een nieuw azc bijna klaar; de eerste bewoners worden in februari verwacht, maar tegenstanders lopen nog een bodemprocedure. De gemeente koos bewust voor een middelgrote locatie (225 personen), omdat het COA bij grotere centra ondersteuning kan bieden bij participatie en arbeid.
Lokale betrokkenen roepen tot wederzijds contact op: onderzoek en ervaringen uit de regio suggereren dat ontmoeting en goede afstemming tussen buurt en azc de beste middelen zijn om overlast te voorkomen en wederzijds vertrouwen te laten groeien. Tegelijk blijft de spanning tussen landelijke politiek en lokale belangen een voortdurende complicerende factor voor gemeenten die opvang moeten regelen.