Burgemeester sluit partijkantoor D66 niet na explosie, waarom doet hij dat niet?
In dit artikel:
Op donderdagavond 7 mei vond bij het D66-partijkantoor in de Lange Houtstraat in Den Haag een explosie plaats: een vuurwerkbom werd door de brievenbus gegooid. Een 37-jarige verdachte werd snel aangehouden en zit vast op verdenking van het veroorzaken van een explosie met mogelijk terroristisch oogmerk; de raadkamer verlengde zijn detentie met drie maanden. Een groep jongeren die in het gebouw aanwezig was, raakte geschrokken en er ontstond materiële schade.
Burgemeester Jan van Zanen besloot het pand niet te sluiten, hoewel zo’n sluiting wel tot de mogelijkheden behoort onder artikel 174a van de Gemeentewet (de zogeheten Wet Victoria). Volgens zijn woordvoerder wordt bij een eventuele spoedsluiting altijd alle feiten en omstandigheden meegewogen; de snelle arrestatie van de verdachte verkleinde volgens de gemeente de vrees voor herhaling en maakte sluiting minder noodzakelijk. In plaats daarvan werden zowel zichtbare als onzichtbare veiligheidsmaatregelen ingezet.
Juristen, zoals hoogleraar openbare-orderecht Michel Vols, wijzen erop dat burgemeesters sinds 2024 vaker de bevoegdheid gebruiken om panden tijdelijk te sluiten na geweldsincidenten, maar dat dat vooral van toepassing is op woningen en horecazaken; die maatregel kan grote maatschappelijke gevolgen hebben (verlies van woning of onderneming) en leidt vaak tot rechtszaken. Een partijkantoor bevindt zich volgens Vols in een middenpositie: geen woning, geen horecazaak, en sluiting van een politiek pand brengt ook politieke risico’s met zich mee (bijvoorbeeld dat tegenstanders daar misbruik van maken). Daarom kan terughoudendheid in dit specifieke geval verdedigbaar zijn, maar Vols benadrukt dat de burgemeester alert moet blijven op nieuwe incidenten en de mogelijkheid van herhaling.
Praktisch onderscheid bestaat ook tussen sluiting op basis van de Wet Victoria (voor niet-publieke panden) en sluiting via de lokale Algemene Plaatselijke Verordening (APV), die vaak bij horeca wordt toegepast. De gemeente benadrukt dat elke sluitingsbeslissing zorgvuldig en op individuele basis wordt genomen. Ter context: in 2025 sloot Den Haag elf woningen op grond van artikel 174a (meestal na ernstig geweld of bij aantreffen wapens) en zestien inrichtingen via de APV; in 2026 zijn tot nu toe twee woningen via artikel 174a en twee inrichtingen via de APV gesloten.