Campingbaas zat volgens medewerkers aan hun borsten en billen: 'Was absoluut geen stoeien'
In dit artikel:
In Haastrecht staat de 68-jarige campingbewoner en oud-beheerder Rob S. terecht voor meerdere gevallen van ontucht en aanranding. Het Openbaar Ministerie eist anderhalf jaar gevangenisstraf (waarvan een half jaar voorwaardelijk). De zaken kwamen vorig jaar mei aan het licht nadat drie voormalige vakantiemedewerksters aangifte deden; later meldde ook een vrouwelijke bewoner van de camping zich bij de politie.
De drie meisjes, die toen vakantiewerk deden in het restaurant en bij de ijscobar van de familiecamping, beschrijven dat S. hen onverwacht van achter vastpakte, bij borsten en billen greep, fysiek belemmerde en probeerde te kussen. Eén van hen was minderjarig, de andere twee waren 19 en 21. De bewoner — een moeder die met haar twee jonge kinderen in een caravan woonde nadat ze haar huis was kwijtgeraakt — zegt dat S. haar herhaaldelijk bezoekt en betastte, ook in het bijzijn van de kinderen.
Het misbruik veroorzaakte grote verontwaardiging in het kleine dorp waar veel mensen elkaar kennen. Nadat de dochter van S. het beheer van de camping overnam, trad haar vader niet meer in het restaurant of bij de ijscobar op. Tijdens de zitting in de rechtbank in Den Haag hield S. zich grotendeels stil en maakte geen duidelijk schuldbekentenis; hij verwees herhaaldelijk naar zijn zwijgrecht en gaf weinig toelichting over de aantijgingen. Volgens hem wilde hij alleen behulpzaam en vriendelijk zijn en heeft de zaak hem geleerd afstand te houden.
De slachtoffers spreken van blijvende gevolgen: schaamte, sociale uitsluiting in het dorp, en problemen met fysiek contact. De officier van justitie verwijt S. dat hij zijn verantwoordelijkheid ontloopt en zijn machtspositie misbruikte — hij was ouder en fysiek groter, en de jonge vrouwen waren economisch afhankelijk van de camping. Tevens bleek uit het dossier dat S. in 2003 al eerder veroordeeld is in een zedendelict; daarom vraagt de aanklagers om een langere proeftijd van vijf jaar om behandeling en toezicht door de reclassering af te dwingen.
De advocaat van de slachtoffers eist tienduizenden euro’s schadevergoeding. De uitspraak volgt over twee weken.