Colombiaanse sekswerkers waren bang voor werkgever, Rijswijker (31) en handlanger krijgen taakstraf
In dit artikel:
Ahmed K. (31) uit Rijswijk en Cheryl van der B. (36) uit Vlaardingen zijn door de rechtbank in Den Haag vrijgesproken van mensenhandel en seksuele uitbuiting van drie Colombiaanse vrouwen, maar schuldig bevonden aan mensensmokkel. De vrouwen werden in mei 2021 in een woning aan de Prins Hendrikstraat aangetroffen; volgens hun aangiften zouden zij in Den Haag, Zoetermeer en Dordrecht gemiddeld twaalf uur per dag sekswerk hebben verricht en zou de helft van hun inkomsten door de verdachten zijn ingenomen.
Het Openbaar Ministerie had aangevoerd dat er sprake was van gedwongen prostitutie, onder meer doordat de vrouwen niet vrij hadden kunnen beslissen over bepaalde seksuele handelingen en vooral angst zouden hebben gehad voor K. De officier eiste gevangenisstraffen van twee en drie jaar. De rechtbank oordeelde echter dat bewijs voor dwang en bedreigingen onvoldoende was: chatberichten en ander materiaal toonden geen expliciete dreigingen, en getuigen bevestigden dat de vrouwen zelf hun werktijden bepaalden.
Wel concludeerde de rechter dat K. en Van der B. de vrouwen naar Nederland hadden gebracht zonder geldige verblijfsdocumenten; dat maakte hen schuldig aan mensensmokkel. K. kreeg een werkstraf van 180 uur en Van der B. 120 uur. Beiden kregen daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden opgelegd. Bij K. speelde ook rijden zonder rijbewijs en bezit van lachgas mee in de strafoplegging.
De rechtbank kende geen schadevergoeding toe aan de slachtoffers: naar het oordeel van de rechter waren de vrouwen als volwassenen uit eigen beweging naar Nederland gekomen, hadden zij vooraf ingestemd met het afstaan van de helft van hun inkomsten in ruil voor klanten, huisvesting en condooms, en was er onvoldoende vastgesteld dat van hun kwetsbaarheid misbruik is gemaakt.
Het is nog onduidelijk of het OM of de verdachten in hoger beroep gaan. Ter context: in strafzaken rond prostitutie onderscheidt Nederlandse rechtspraak tussen mensenhandel/uitbuiting (waarbij dwang of misbruik van kwetsbaarheid centraal staat) en mensensmokkel (illegale grensoverschrijding of hulp bij illegaal verblijf), wat in deze zaak leidde tot vrijspraak op het zwaardere delict maar veroordeling voor het smokkelen.