'De meest geïnterviewde Nederlander' zweeg over één onderwerp: zijn fascistische broer
In dit artikel:
Historicus Daniela Hooghiemstra reconstrueert in De Rode en de Zwarte Jonker het aangrijpende contrast tussen twee adellijke broers uit Wassenaar: Marinus en Willem van der Goes van Naters. Marinus werd na de Tweede Wereldoorlog medeoprichter en eerste fractievoorzitter van de PvdA, kreeg in politiek en media het imago van de sozialistische aristocraat — de “Rode Jonker” — en woonde van 1937 tot zijn dood in 2005 op de Konijnenlaan in Wassenaar. Hij was een scherp juridisch denker, pleitte voor het vertrouwen in rechtsstaat en instituties als voorwaarde voor herverdeling van vermogen, maar verzette zich tegen machtspolitiek en trok zich in 1951 principieel terug uit het fractievoorzitterschap vanwege de kwestie Nieuw-Guinea. Zijn directe, commentatorachtige stijl leverde hem de bijnaam “Het Orakel van Wassenaar” op.
Zijn jongere broer Willem maakte een radicaal andere keuze: in de jaren dertig sloot hij zich aan bij radicale nationaalsocialistische kringetjes die Anton Mussert te zachtzinnig vonden en omarmde idealen van heroïsche mannelijkheid en kameraadschap. Op 26 april 1944 stierf hij door wat officieel zelfmoord heet; Hooghiemstra laat op basis van dagboeken en brieven de mogelijkheid open dat zijn dood onder druk tot stand kwam. Ze suggereert dat Willem’s homoseksuele contacten in het repressieve klimaat van het regime hem fataal konden zijn.
Wat aanvankelijk als een politieke biografie begon, ontwikkelde zich bij Hooghiemstra tot een studie naar seksuele identiteit rond 1900. Beide broers trouwden en hadden kinderen, maar onderhouden ook intieme betrekkingen met mannen — aanwijzingen daarvoor vindt ze in correspondentie met onder meer kunstenaar Pyke Koch en de sociaal-democratische politicus Herman Wiardi Beckman. Hooghiemstra wijst erop dat ‘homoseksualiteit’ toen geen vaste identiteitscategorie was; zij spreekt van fluïditeit, cultureel en tijdsgebonden.
De kracht van het boek ligt in het tegen elkaar uitspelen van familiale afkomst, maatschappelijke omwenteling en seksuele spanning: twee aristocratische mannen die, onder druk van een snelle modernisering en een opkomend burgerlijk gezinsideaal, elk op zoek gingen naar een uitweg — de een via de rechtsstaat en sociaal-democratie, de ander via de esthetiek en romantiek van het fascisme.