De tram die nooit leek te komen, rijdt straks toch in Delft: 'Ik geloof het pas als ik het zie'
In dit artikel:
In Delft is de tramlijn 19 tussen station Delft en de TU bijna klaar, na een traject van bijna twintig jaar en een kostenoverschrijding van ruim het dubbele: het budget steeg van ongeveer 54 miljoen naar 94 miljoen euro voor de circa twee kilometer lange lijn. De nieuwe campusverbinding ondergaat op dit moment testritten (voornamelijk ’s nachts en vroeg in de ochtend); vanaf september moet de tram volgens planning gaan rijden.
Projectleider Felix Paleari (MRDH) zegt dat tijdens de proefritten alles wordt doorgelicht: van verkeerslichten en remgedrag tot het passeren van de Sint-Sebastiaansbrug. De bedoeling is dat alle kinderziektes voor de zomer eruit zijn, waarna de lijn in dienst komt en studenten in enkele minuten van station naar universiteit kunnen reizen.
De aanleg kende grote tegenslagen. Het plan dateert uit 2004, maar financiële tekorten en constructiefouten vertraagden de uitvoering ernstig. Bij ingebruikname bleken de trams zwaarder dan de rails konden dragen, wat leidde tot sterke trillingen en elektromagnetische storingen die gevoelige apparatuur in TU-laboratoria bedreigden; de rails moesten daarom volledig vernieuwd worden. De uiteindelijke rekening betaalde de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, tot frustratie maar ook met trots over het eindresultaat.
Onder studenten leidt de naderende opening tot gemengde reacties. Sommigen blijven sceptisch—"Ik geloof het pas als ik het zie," zegt student Hein Schröder—anderen zien uit naar een rustiger alternatief voor de vaak overvolle bussen. Voor velen is de tram vooral een langverwachte verbetering van de bereikbaarheid van de campus; voor enkelen is het vooral aanleiding voor een feestelijke opening.
De Delftse case past in een bredere trend van dure en langdurige ov-projecten in Nederland (denk aan de Utrechtse Uithoflijn of de Noord/Zuidlijn in Amsterdam), maar onderscheidt zich door de uitzonderlijk lange ontwikkeltijd van zo’n twintig jaar. Als alles volgens planning verloopt, verandert de campusomgeving na de zomer van karakter: minder bouwlawaai, een klingelende tram en snellere, minder volle verbindingen tussen station en universiteit.