De woonwijk van de toekomst: 'Laten we stoppen met het bouwen van eengezinswoningen'
In dit artikel:
Nederland staat voor de opgave tienduizenden woningen te bouwen op een beperkte hoeveelheid grond. Die ruimte is ook nodig voor natuur, recreatie, parkeren, winkels, bedrijven en voorzieningen. Volgens Tess Broekmans, hoogleraar Urban Design aan de TU Delft, moeten gemeenten en ontwikkelaars daarom anders gaan bouwen. De eengezinswoning zou niet langer het vanzelfsprekende ideaal moeten zijn: Nederland heeft al ongeveer vijf miljoen van zulke woningen, terwijl er tussen de 3,5 en 4 miljoen gezinnen zijn. Veel huizen worden inmiddels bewoond door alleenstaanden of stellen.
Omdat woningen en wijken vaak tientallen jaren, soms een eeuw, blijven bestaan, moeten ze aansluiten bij toekomstige woonbehoeften. Gezinnen kunnen volgens Broekmans ook in appartementen wonen, mits die ruimer en beter ontworpen zijn dan de huidige kleine woningen van dertig tot veertig vierkante meter. Gedeelde tuinen, klusruimtes en andere gemeenschappelijke voorzieningen kunnen bewoners extra ruimte bieden zonder dat alles in hun eigen woning aanwezig hoeft te zijn. Appartementengebouwen zouden bovendien geschikt moeten zijn voor verschillende levensfasen, zodat bewoners er kunnen blijven wonen als hun huishouden verandert.
Projectontwikkelaar Rick Gijzen ziet deze ontwikkeling al in de praktijk. Nieuwe eengezinswoningen worden volgens hem compacter, van ongeveer 120 naar circa 80 vierkante meter. Omdat de ontwikkeling van een wijk gemiddeld dertig jaar duurt, wordt stap voor stap gebouwd. Zo kunnen ontwikkelaars later bijsturen wanneer de vraag anders uitvalt dan verwacht.
Ook parkeren kan in de toekomst minder ruimte opeisen. Hoogleraar stedelijke economie Jos van Ommeren verwacht dat zelfrijdende en gedeelde auto’s op termijn buiten de stad kunnen worden gestald, waardoor woonwijken ruimte terugwinnen. Daar staat tegenover dat bewoners behoefte houden aan groen, scholen, winkels, zorg en recreatie. In de regio, waaronder de Bollenstreek, leidt dat tot een voortdurende afweging tussen woningbouw, bollengrond en natuur.
Meer bouwen in de hoogte kan volgens de deskundigen helpen om woningen en voorzieningen te combineren en open ruimte te behouden. Daarbij is een mix van woningtypen belangrijk. Vooral ouderen verhuizen nu vaak niet omdat er in hun eigen wijk geen geschikte, kleinere woning beschikbaar is. Als wijken meer seniorenwoningen en kleinschalige appartementen krijgen, kunnen ouderen in hun vertrouwde omgeving blijven en komen bestaande gezinswoningen vrij. Zo ontstaat een verhuisketen waarbij meerdere huishoudens passender kunnen wonen.
De centrale oproep van Broekmans is daarom om voorlopig minder eengezinswoningen te bouwen en juist te investeren in kwalitatief goede, flexibele appartementen die geschikt zijn voor gezinnen, ouderen en alleenstaanden.
Vandaag Inside: Bas Nijhuis snoert Valentijn Driessen de mond In de Wandelgangen: 'Ongelofelijk...'