Dochters trekken op school aan de bel over mishandeling thuis: 'Geslagen met stok en kabels'
In dit artikel:
In Den Haag stond Leyla (naam gefingeerd) voor de politierechter, beschuldigd van het langdurig mishandelen van ten minste drie van haar acht kinderen sinds de familie in Nederland woont. De zwaarste aantijgingen gelden tegen haar man en worden apart berecht; tegen Leyla zelf is neergelegd dat zij twee tienerdochters (Nour en Zeyna) herhaaldelijk zou hebben geslagen en dat een derde dochter (Lina) minstens eenmaal door haar tegen de grond is gedrukt en geslagen. De zaak kwam aan het rollen toen de dochters met blauwe plekken op school verschenen en aangaven dat huiselijk geweld frequent voorkwam.
Tijdens de zitting ontkende Leyla de beschuldigingen fel; zij stelde dat zij de kinderen knuffelt en met ze speelt en dat zij nooit heeft gebeten. De dochters gaven echter verklaringen aan school en de politie waarin zij spreken over slaan met voorwerpen (onder meer een telefoonkabel en een ijzeren stok), en Zeyna onderscheidde het geweld van vader en moeder — vader hard, moeder schreeuwend en slaand. Bij Lina werden blauwe plekken, bloed op de hoofddoek, een bloedlip en een snee vastgesteld; de moeder hield vol dat de verwondingen door een val waren ontstaan.
De behandeling van de zaak verliep stroef door procedurele problemen. De politierechter twijfelde aanvankelijk of de zaak niet te omvangrijk was voor één rechter, maar besloot toch door te gaan op verzoek van de officier van justitie, die snelle afdoening in het belang van het gezin bepleitte. Gaandeweg bleek echter dat de rechter delen van het dossier niet had gelezen, wat vertraging en irritatie bij officier en verdediging opleverde. Ook waren er herhaaldelijk tolkenproblemen: de aangewezen tolk was bij een andere zitting, waarna een medewerker van de reclassering, die Syrisch-Arabisch spreekt, onofficieel tolkte om de zitting voort te zetten — iets dat eigenlijk niet mag.
Tijdens de vervolgzitting, twee weken later, meldde de advocaat dat Leyla echtscheiding had aangevraagd en sinds haar aanhouding niet meer thuis woont; zij ziet de kinderen alleen onder begeleiding. De officier van justitie zag in de verklaringen van de drie meiden voldoende bewijs en benadrukte dat Leyla volgens het dossier geweld normaliseerde en de kinderen de schuld gaf. De verdediging vroeg vrijspraak en tekende aan dat Leyla jarenlang door haar man was mishandeld en getraumatiseerd.
De politierechter oordeelde dat de mishandelingen bewezen zijn en legde een straf op gelijk aan de tijd die Leyla al in voorarrest had doorgebracht: 46 dagen onvoorwaardelijk. Daarnaast kwam er een voorwaardelijke celstraf van 104 dagen met een proeftijd van drie jaar. Contact met de dochters is voortaan alleen toegestaan onder toezicht van jeugdbescherming. Na de uitspraak barstte Leyla in tranen uit; de zitting eindigde met dankbetuiging aan de reclasseringsmedewerkster die de tolkhulp had overgenomen.
Achtergrondinformatie in het dossier vermeldt dat Leyla op jonge leeftijd trouwde, acht kinderen kreeg en de familie via Aleppo en Turkije naar Nederland vluchtte. De gebruikte namen in de berichtgeving zijn verzonnen.