Een van grootste tentoonstellingen in Den Haag van afgelopen jaren: 'Ik wou dat ik alles verkocht'
In dit artikel:
Peter George d'Angelino Tap toont in The Globe in Den Haag een omvangrijke terugblik op veertig jaar vakmanschap, technische vernieuwing en persoonlijke zoektocht naar inspiratie. De overzichtstentoonstelling Main de Dieu | Main de Diable (Hand van God | Hand van de Duivel) beslaat ruim tweehonderd werken en loopt van 28 februari tot en met 14 april 2026 op Waldorpstraat 15. Volgens Tap behoort het tot de grootste modemonografieën die de laatste jaren in Den Haag te zien waren.
De titel refereert aan de vraag waar creatie vandaan komt — een religieuze opvoeding tegen de verleiding van het ambacht — en is ontleend aan een Frans chanson; voor Tap gaat het uiteindelijk om dankbaarheid voor wat er gegeven wordt. Religieuze beeldtaal, theatrale vormgeving en ambachtelijke textieltechniek komen in het werk terug, zichtbaar in blikvangers zoals een jurk gebaseerd op een fotocollage van Rotterdamse kunstenaar Marita Beukers: rijk borduurwerk op rode zijde, geïnspireerd op Russische icoonlijsten, met organza die als water onder de rok krinkelt.
Tap werkt vaak in dialoog met andere kunstenaars en maakt ook functionele podiumkleding — voorbeelden zijn ontwerpen voor schrijver Splinter Chabot en het pianoduo Lucas en Arthur Jussen. Techniek is een drijvende kracht: al dertig jaar experimenteert hij met alternatieve patroonlogica (mouwen zonder conventionele armsgatnaad, doorlopende panden) en combineert handborduurwerk met digitale precisie in series als Lost Language; hij programmeert zelf borduurcomputers. Lussen stof worden ingezet als gebreide structuren en uitbundige vormen blijken opgebouwd uit eenvoudige rechthoekige lappen; complexiteit schuilt in de constructie, niet in de basiselementen.
Niet alle stukken zijn commercieel bedoeld; veel modellen vinden later een tweede leven als bruids- of avondjurk of worden verkocht als wandtapijt. Het klassieke couturemodel — halfjaarlijkse presentatie gevolgd door exacte of aangepaste opdrachten — blijft leidend. Tap benadrukt dat klanten zich naar zijn handschrift moeten voegen: “Ik wou dat ik alles verkocht,” zegt hij met droge humor over zijn wens vrij te reizen, en over de vraag of het de hand van God of van de duivel is: “Misschien moet ik nog tien jaar wachten om dat te weten.”
Invloeden variëren van Rei Kawakubo en Yohji Yamamoto tot Paul Poiret; de tentoonstelling fungeert zowel als overzicht van een carrière als reflectie op de spanningen tussen geloof, verleiding, handwerk en technologie.