Flexwoningen komen niet van de grond, Den Haag stort miljoenen euro's aan subsidies terug
In dit artikel:
Den Haag stopt met meerdere projecten voor flexwoningen omdat ze financieel en planologisch niet uitvoerbaar blijken. Wethouder Co Engberts (PvdA) meldt aan de gemeenteraad dat tijdelijke woonunits, die bedoeld waren als snelle oplossing voor de woningnood en voor doelgroepen zoals statushouders, mensen uit de zorg of ex-daklozen, in de praktijk te vaak stranden. De gemeente heeft daardoor meer dan 4 miljoen euro aan rijksubsidies teruggestort.
Volgens de wethouder is de ambitie wel aanwezig, maar dwingt de realiteit tot harde keuzes. Flexwoningen vereisen vaak dezelfde investeringen als reguliere bouw: aansluitingen op elektra, water en riolering, bouwwegen of bruggen en soms het verplicht terugbrengen van terreinen naar de oorspronkelijke staat. Die vaste kosten moeten over relatief weinig eenheden worden uitgesmeerd en zijn binnen de korte exploitatieperiode van doorgaans tien tot vijftien jaar lastig terug te verdienen. In dichtbebouwde steden als Den Haag zijn geschikte locaties bovendien zeldzaam en tijdelijke beschikbaarheid vaak onzeker, wat een neutrale businesscase vrijwel onmogelijk maakt.
Een concreet voorbeeld is een gepland project aan de Jaap Eedenweg: er zouden tien jaar lang 36 units komen, half voor reguliere woningzoekenden en half voor kwetsbare groepen, op grond van de gemeente. Het plan sneuvelde toen het tekort opliep tot 2,1 miljoen euro; dat zou neerkomen op een bijdrage van ruim 58.000 euro per tijdelijke woning. De gemeente weigerde die financiële verplichting en gaf de daarvoor ontvangen subsidie van 91.000 euro terug.
Den Haag is geen uitzondering: ook in andere grote steden zoals Rotterdam, Amsterdam en Utrecht lopen flexprojecten vast of worden ze geschrapt. Het Rijk probeerde in 2022 via een aankoop van 2.000 kant-en-klare flexwoningen onder leiding van toenmalig minister De Jonge de productie op gang te brengen, maar veel van die units werden niet geplaatst omdat gemeenten en corporaties ze niet konden opnemen.
Engberts benadrukt dat het terugstorten van subsidies pijnlijk is, maar dat de gemeente daarmee grotere onhoudbare financiële verplichtingen voorkomt. De conclusie is dat flexwonen in de huidige vorm en marktomstandigheden geen structureel inzetbaar instrument is om de Haagse woningopgave snel te verlichten.