Friese Bakker Ús Bertus in Leiden: 'Klanten worden boos als we geen Fries praten'

zondag, 20 juli 2025 (12:17) - Omroep West

In dit artikel:

In Leiden bestaat al ruim honderd jaar een bijzondere bakkerij met Friese roots: Ús Bertus. Hoewel eigenaar Rob van der Geest geen Fries is, nam hij in 1998 deze zaak over die rond 1920 werd opgericht door een echte Fries, bakker Zwerver, die typische Friese streekproducten zoals sûkerbôle (suikerbrood) en poffen introduceerde. De winkel, bekend in de volksmond als 'Het Friese bakkertje', trekt veel klanten met een Friese achtergrond, mede dankzij de herkenbare naam en vlaggen die buiten hangen. Veel Friezen komen hier zelfs om Fries te spreken, hoewel het personeel dat slechts deels beheerst.

Rob, zelf geboren en getogen in Leiden, werd door zijn ervaring bij verschillende bakkers en zijn opleiding in Wageningen klaarstoomde voor het vak. Hij heeft zich de traditionele recepten eigen gemaakt en streeft ernaar het suikerbrood beter te maken dan in Friesland zelf. In de bakkerij zijn typische streekproducten, zoals dúmkes, poffen en oranjekoek, nog altijd populair; de oranjekoek wordt echter alleen op bestelling verkocht. Naast de nostalgische producten spelen ook nieuwe trends mee, zoals Zweedse bullars, een kleverig kaneelbroodje.

De onderneming telt 24 medewerkers en bestaat uit twee locaties: de winkel aan de Groenhazengracht, gericht op belegde broodjes en studenten als klanten, en een tweede filiaal aan de Doezastraat, dat vooral brood levert voor dagelijkse consumptie. Sinds de coronapandemie is de drukte toegenomen, deels doordat veel ambachtelijke bakkers in de regio stopten, waardoor klanten richting Ús Bertus kwamen. Desondanks is personeel vinden een uitdaging en werkt Rob soms zes dagen per week. ’s Nachts meedraaien in de bakkerij ziet hij als essentieel om het team te versterken en medewerkers te ontlasten.

Wat betreft de Friese gemeenschap in Leiden zijn er geen officiële data, maar uit cijfers van het CBS blijkt dat jaarlijks gemiddeld een kleine tachtig mensen vanuit Friesland naar Leiden verhuizen, wat mogelijk de instroom van klanten met Friese voorkeur verklaart.

Rob ambieert voorlopig geen afscheid en geeft aan door te gaan zolang het lukt. Rond zijn zestigste wil hij wel nadenken over opvolging of verkoop, hoewel hij erkent dat de financieringsmogelijkheden lastig zijn. Mocht hij stoppen, plant hij eerst rust, maar verwacht hij dat het bakkersvak hem later weer zal trekken. Deze bakkerij vormt daarmee een zeldzaam fragment Friese traditie midden in Leiden, waar ambacht en lokale verbondenheid centraal staan.