Gast in Kurhaus betaalt niet: 'Veel brutaler maken we ze niet mee'
In dit artikel:
Julius (een gefingeerde naam) verscheen niet persoonlijk voor de politierechter voor een onbetaalde rekening van 90,15 euro na een viergangenmaaltijd met wijnen in het Kurhaus op Scheveningen. Volgens het restaurant was hij die avond grof tegen personeel en andere gasten, kreeg hij geen dessertwijn meer en had hij na afloop geen pinpas bij zich — in zijn broek zat slechts één muntje van twintig cent. Toen hij niet kon betalen belde de maître de politie; Julius reageerde beledigend en werd aangehouden.
De zaak past in een veel groter patroon: de officier van justitie lichtte toe dat Julius een 37 pagina’s tellend strafblad heeft met meerdere veroordelingen voor het oplichten van restaurants in Nederland en daarbuiten (onder meer Duitsland, Denemarken, Zwitserland, België, Luxemburg en Frankrijk). De dag nadat hij in Scheveningen was aangehouden was hij alweer in een restaurant in Venlo gesignaleerd, wat volgens het OM zijn terugkerende werkwijze illustreert. Julius wisselt volgens het OM vaak van strategie om zaken te rekken — hij wraakt rechters, schakelt herhaaldelijk nieuwe advocaten in en stapt geregeld in hoger beroep en cassatie — waardoor processen vertragen.
In een aanpalende zaak kreeg hij in Limburg al een ISD-maatregel (Inrichting voor Stelselmatige Daders) opgelegd; het hoger beroep loopt nog. Dat moment heeft grote invloed op de uitspraak in deze zaak: als de ISD-maatregel definitief wordt, gaat Julius sowieso voor langere tijd in een gesloten inrichting. Als die maatregel onverhoopt niet wordt toegekend verlangt het OM alsnog zes maanden gevangenisstraf. Verder eist het OM dat hij de rekening van het Kurhaus betaalt en dat hij de eerder opgelegde voorwaardelijke straf van 59 dagen voor vergelijkbare feiten in Utrecht daadwerkelijk uitzit.
De verdediging betoogde dat Julius niet vluchtte maar op een bankje bij de politie bleef en dat hij ter plekke pas merkte dat zijn portemonnee weg was; de advocate vroeg vrijspraak of in elk geval een veel mildere straf (acht weken). De rechter geloofde die uitleg niet en noemde het patroon van misleiding doorslaggevend. Hij toonde zich bovendien ontvankelijk voor de gedachte dat een ISD-maatregel passend kan zijn: daarin kan Julius behandeling en begeleiding krijgen voor zijn herhaalde delicten. De rechtbank wees alleen toe dat de 59 voorwaardelijke dagen daadwerkelijk moeten worden uitgezeten — na afloop van een eventuele ISD-plaatsing — en legde op dat de Kurhaus-rekening moet worden voldaan.
De reden waarom Julius ten tijde van de zitting in voorlopige hechtenis zat, werd in de verslaggeving niet duidelijk; mogelijk hangt dat samen met een nieuw verdenking van oplichting.