Geklapte formatie dreunt na, D66 opent aanval op De Mos over asiel: 'Kiezen voor medemenselijkheid'
In dit artikel:
In Den Haag botsten D66 en Pro Den Haag scherp met Hart voor Den Haag en lijsttrekker Richard de Mos over de opvang van asielzoekers, twee weken nadat de formatie vastliep. D66-fractievoorzitter Yousef Assad zegt diep teleurgesteld te zijn over de onderhandelingen: volgens hem gebruikte Hart voor Den Haag asielzoekers als zondebok en weigerde bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het hele stadsbelang te nemen.
Twistpunt is vooral het oude Haga-ziekenhuis aan de Sportlaan; de gemeente wil daar 750 kwetsbare mensen huisvesten, waaronder circa 450 asielzoekers. Hart voor Den Haag verzet zich tegen deze opvanglocatie, wat in de wijk zowel tegenstanders als voorstanders heeft opgeroepen. Daarnaast wilde De Mos af van de spreidingswet en in het akkoord lagere opvangaantallen vastleggen, waarbij D66 vond dat er eerst bij het Rijk gelobbyd mocht worden, maar dat resultaten van die lobby niet vooraf in de plannen moesten worden ingeboekt.
Kiezersuitslag en rekenwerk spelen een rol: Hart voor Den Haag werd de grootste partij met 16 raadszetels; D66 heeft 8, Pro Den Haag 7. Een coalitie Hart+D66 zou 24 zetels tellen en was mogelijk geweest, maar de onderhandelingen mislukten. De Mos zoekt nu met VVD (3), Denk (3) en CDA (2) eveneens een meerderheidscoalitie van 24 zetels; informateur Ahmed Aboutaleb meldt dat die gesprekken constructief verlopen.
Als reactie heeft D66, samen met Pro Den Haag, stapels moties opgesteld die tijdens de raadsvergadering van donderdag worden ingebracht. De moties roepen op om asielzoekers niet vooraf van de Sportlaan uit te sluiten, alternatieve opvang van gelijkwaardige kwaliteit te garanderen als de Sportlaan niet doorgaat, de spreidingswet onverkort uit te voeren en alleenstaande minderjarige asielzoekers te blijven opvangen. Assad benadrukt dat medemenselijkheid en naleving van de wet geen onderhandelingspunten mogen worden.
Of de moties een meerderheid krijgen is onzeker. D66 zegt niet langer te willen blijven onderhandelen op grond van wat het als onaanvaardbare uitsluitingspolitiek ziet, en zoekt via de raad een helder signaal over opstelling tegenover asielzoekers en wettelijke verplichtingen.