Gemiddelde snelheid op wegen met ernstige ongelukken daalt dankzij verplaatsbare flitspalen
In dit artikel:
Langs de Rotterdamsebaan in Den Haag en de Oranje Nassausingel in Alphen aan den Rijn hebben tijdelijke, verplaatsbare flitspalen geleid tot lagere rijsnelheden en minder ongevallen. Deze zogenaamde flexflitspalen worden sinds 2022 door het Openbaar Ministerie ingezet op locaties die geselecteerd worden op basis van overtredingscijfers en risicofactoren; ze blijven doorgaans ongeveer twee maanden op één plek voordat ze verplaatst worden.
In Alphen aan den Rijn gold een maximum van 50 km/uur; in 2024 reed circa 85% van het verkeer daar nog rond de 65 km/uur. Na plaatsing van de flexflitser daalde de gemiddelde snelheid naar ongeveer 57 km/uur, met circa 54 km/uur ter hoogte van de paal. De maatregel volgde op een dodelijk ongeluk in 2022 waarbij een 22‑jarige fietsster om het leven kwam; dat leidde eerder al tot een verlaging van de toegestane snelheid op de Oranje Nassausingel. Sinds de installatie vorig jaar januari werden 5.124 bestuurders geflitst, en de gemeente signaleert minder hinder van motorgeluiden en meer verkeersveiligheid.
Op de Rotterdamsebaan, waar 70 km/uur is toegestaan, lag de gemiddelde snelheid in 2024 rond de 85 km/uur en werden in uiterste gevallen snelheden van 180–220 km/uur geregistreerd. Daar werden bijna 29.732 overtreders geflitst; ook hier merkt de gemeente een terugloop van ernstige ongevallen.
Het Openbaar Ministerie breidt de inzet landelijk uit: in 2026 moeten er 125 flexflitsers komen verspreid over 375 locaties, mede dankzij versoepelde inzetcriteria. Gemeenten zoals Den Haag en Alphen onderzoeken uitbreiding naar extra locaties. Vorig jaar stonden flexflitsers ook al in onder meer Delft, Pijnacker‑Nootdorp, Rijswijk en Westland.