Haagse wethouders ruziën over verplaatsing afvalbedrijven: 'Onwenselijk en onzorgvuldig'
In dit artikel:
In Den Haag is ruzie uitgebroken binnen het college over het verplaatsen van afvalbedrijven uit de Binckhorst naar de Vlietzone. Wethouder Klaas Verschuure (D66) nam een voorkeursbesluit om onder andere het zoutdepot, de grofvuil- en containerbunker van de Haagse Milieu Service naar de Vlietzone te verplaatsen en een ontsluitingsweg langs de A4 aan te leggen. Die verhuizing moet ruimte maken voor de bouw van ongeveer 13.000 woningen, maatschappelijke voorzieningen en een Waterfrontpark.
Het besluit werd 17 maart, de dag voor de gemeenteraadsverkiezingen, in het college behandeld en later bekendgemaakt, wat politieke sensatie veroorzaakte. Wethouder Robert Barker (Partij voor de Dieren) maakte in de besloten vergadering formeel bezwaar en liet in de openbare besluitenlijst vastleggen dat hij zich niet kan verenigen met het besluit. Barker vindt dat de raad eerst geïnformeerd en dat een nieuw college over zo’n ingrijpende keuze zou moeten beslissen; hij noemt de procedure onzorgvuldig en wijst op mogelijke verlies van groen en sportvelden.
Oppositiepartijen en raadleden reageren fel: zij menen dat het college hiermee een eerdere motie negeert die oproept om geen onomkeerbare stappen te zetten zonder raadsparticipatie. ChristenUnie/SGP noemt het zowel inhoudelijk als procedureel onbehoorlijk dat het besluit vlak voor en na de verkiezingen is genomen en gepubliceerd.
Ook buurgemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk en Provinciale Staten tonen zich verrast en stellen schriftelijke vragen. In die gemeenschappen en bij de provincie waren eerder moties aangenomen tegen vestiging van een afvalcluster in de Vlietzone; men vraagt verduidelijking over verkeersimpact, betrokkenheid van de raad en hoe een “Vlietwaardige” ontwikkeling wordt geborgd.
Verschuure relativeert en benadrukt dat het collegebesluit geen directe uitvoering betekent; er volgen nog meerdere besluiten door college en raad voordat iets gerealiseerd wordt. De kwestie legt spanningen bloot tussen politieke verantwoordelijken en tussen gemeente en regio over proces en toekomst van stedelijke herontwikkeling.