Hagenaars krijgen zelf apparaat om geluid te meten

zaterdag, 30 mei 2026 (12:17) - Omroep West

In dit artikel:

De gemeente Den Haag start een proef om het geluid in de stad zowel objectief te meten als te koppelen aan de beleving van bewoners. Met het project ‘De Oorzaak’ — naar een eerder Belgisch onderzoek van de Universiteit Antwerpen — worden bewoners uitgenodigd om een geluidsmeter aan hun woning te hangen en zes weken lang data te verzamelen. De proef loopt een jaar en is onderdeel van het Urban Sensing Lab, een samenwerkingsverband tussen gemeente, provincie en innovatieve bedrijven.

Op een informatieavond in het krakerspand Grote Pyr legde projectleider Niels Cools uit dat het doel is te weten waar veel geluid voorkomt en hoe dat het woongenot en de gezondheid van Hagenaars beïnvloedt. Hoewel er bestaande decibelnormen zijn, zegt de gemeente dat die niet altijd goed weergeven hoe mensen hinder ervaren. De combinatie van meetwaarden en bewonersrapportages moet helpen ‘hotspots’ te identificeren en als onderbouwing dienen voor beleid en mogelijk vervolgonderzoek.

Praktisch: de gemeente heeft dertig meetapparaten die rouleren; in totaal kunnen dit jaar ongeveer 130 Hagenaars deelnemen. De meters moeten op de eerste verdieping of hoger worden opgehangen (om geen overdreven straatgeluid te registreren en diefstal te voorkomen). Na aanmelding brengt de gemeente het apparaat, deelnemers kunnen de meetresultaten online inzien en tegelijk aangeven hoe zij het geluid ervaren. De verzamelde data worden aan het eind van het jaar geanalyseerd door de Universiteit van Antwerpen.

Erkenning van beperkingen kreeg ook aandacht: vrijwillige deelname kan leiden tot selectie‑bias doordat vooral mensen met geluidsoverlast zich aanmelden. Cools erkent dat dit effect niet volledig te vermijden is, maar benadrukt dat de uitkomsten desalniettemin serieus worden genomen. Ook maakt de gemeente duidelijk dat het meten niet meteen alle problemen oplost; maatregelen vragen vaak tijd, geld en wegen de belangen tegen elkaar af (verkeer stilleggen is geen optie). Bij structurele problemen, zoals extreem tramgeluid, kan de gemeente wel in gesprek gaan met partijen als HTM.

Naast de technische kant werd de proef door geïnteresseerden kritisch bevraagd: registreren de meters burengeluid of boomboxen op een basketbalveld, en wat gebeurt er met meeuwen‑ en vliegtuiglawaai? Verder merkte Erik Roelofsen van de Nederlandse Stichting Geluidshinder op dat de huidige wetgeving op geluid beperkt is; volgens hem kan dit project waardevolle data opleveren voor nieuw beleid, maar verbetering vergt een lange adem.

Er is voor de proef ongeveer €75.000 beschikbaar en bij grote belangstelling kan de gemeente extra apparatuur huren. De gemeente deelt voorlopig geen datum voor de eerste resultaten mee. De proef sluit aan bij andere burgerwetenschappelijke initiatieven in Den Haag, zoals lopende fijnstofmetingen, en zet bewoners actief in als ‘burgerwetenschappers’ die met sensoren hun leefomgeving in kaart brengen.