'Hele telefoon vol leden van Hamas', OM eist drie jaar tegen Leidschendammer

woensdag, 15 april 2026 (10:46) - Omroep West

In dit artikel:

Amin Abou R., 58 uit Leidschendam (geboren in Syrië), wordt door het Openbaar Ministerie verdacht van het inzamelen en doorsluizen van meer dan 11 miljoen euro naar Gaza tussen 2003 en 2023 via de stichting Israa. Hoewel hij zichzelf presenteert als humanitair werker en volgens eigen zeggen slechts adviseur van het bestuur was, ziet het OM hem als de drijvende kracht achter de organisatie. De Verenigde Staten plaatsten hem vorig jaar op een sanctielijst wegens vermeende banden met terreur.

Het OM baseert de verdenking op Whatsapp-berichten, afgeluisterde telefoongesprekken, bankafschriften, jaarverslagen en verklaringen van oud-bestuursleden. Volgens het OM gaf Abou R. zelf instructies tot overboekingen — vaak bedragen net onder 50.000 euro, soms 70.000 — en in enkele jaren opdracht tot honderden duizenden tot bijna een miljoen euro. Overboekingen vonden plaats vanuit zijn woning; zijn dochter verrichtte volgens hem de internetbankieren-handelingen. De dochter is inmiddels niet meer vervolgd en heeft een regeling met het OM getroffen.

De betaling werd volgens het OM via een bank op de Westelijke Jordaanoever en een door Israël gecontroleerde koerier contant naar Gaza gebracht en kwam uiteindelijk terecht bij de bank die aan Hamas gelieerd zou zijn. Met pasjes zouden ‘weeskinderen’ daar 35 euro per week kunnen opnemen. Abou R. ontkent kennis van die bank en zegt berichten niet altijd te hebben gelezen of vertaald. Zijn telefoon, waarop volgens het OM sociale media-accounts en communicatie met Hamas-leden stonden, lag echter bij hem thuis.

Het OM stelt dat Israa onderdeel viel van de Union of Good, een door het OM gezien als liefdadigheidskoepel van Hamas, en dat via deze kanalen sociale hulp ook bij de sociale tak van Hamas — inclusief steun aan martelaren en hun families — terechtkwam. Een Midden-Oosten-deskundige betoogt dat dergelijke hulp bijdragen aan werving voor de militaire Al-Qassem-brigade. Abou R. staat op meerdere foto’s met hooggeplaatste Hamas-figuren, onder wie voormalig leider Ismaïl Haniyeh; het OM noemt hem de linking‑pin tussen Israa en Gaza.

De officier van justitie eist vier jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk. De verdediging bestreed de deskundige van het OM en voert aan dat vrijwel al het bewijsmateriaal uit Israël afkomstig is en daarom betwijfeld moet worden; zij stelt ook dat veel aantijgingen berusten op perceptie en verkeerde interpretaties. De zaak loopt nog; de verdediging krijgt nader gelegenheid haar verweer uit te dragen.