'Het is vrij lelijk', kritiek op plannen verplaatsing afvalbedrijven Binckhorst
In dit artikel:
Den Haag wil het bestaande afvalcluster in de Binckhorst verplaatsen om plaats te maken voor een nieuw groot Waterfrontpark en duizenden woningen. Omdat de verschillende afvaldiensten niet gezamenlijk naar één nieuwe locatie kunnen, heeft het college voor elk onderdeel afzonderlijke nieuwe plekken uitgekozen: het Afvaloverslagstation (restafval en GFT) blijft in het noordelijke deel van de Binckhorst, de Haagse Straatorganisatie verhuist naar de Supernovaweg, delen van de Haagse Milieu Service (vuilniswagens) gaan naar de Laan van Hoornwijk bij de Rotterdamse Baan, het zoutdepot en de grofvuilbunker naar de Westvlietweg en het Fietsdepot naar bedrijventerrein Fruitweg.
Bewoners en raadsleden reageren fel: zij bekritiseren vooral de manier en de timing van de bekendmaking, en de inhoudelijke gevolgen voor groen en leefbaarheid. Liesbeth van Erp van Stichting Binckhorst Bewoners vreest dat doordat het Afvaloverslagstation in de Binckhorst blijft er minder oppervlakte overblijft voor het Waterfrontpark en dat vuilniswagens door het park gaan rijden waardoor overlast van geluid en geur toeneemt. Zij verzet zich tegen plannen die ten koste gaan van parkgrond en pleit voor compensatie, bijvoorbeeld door minder bedrijven of woningen te bouwen.
Raadslid Judith Klokkenburg (CU-SGP) noemt de gang van zaken “een beetje triest allemaal” en verergert de onvrede door de timing: de brief met de besluitvorming werd de vrijdag na de gemeenteraadsverkiezingen verstuurd. Eerder, eind februari, was er al commotie rond een vermeende lek over de uitbreiding van bedrijventerrein in de Vlietzone; de raad had toen een motie aangenomen die het college opriep geen onomkeerbare stappen te zetten. Het college reageerde later dat een besluit niet direct fysieke uitvoering betekent, maar tegenstanders vinden dat deze stap toch de contouren van beleid afdwingt zonder genoeg overleg.
Daarnaast voelen bewoners zich genegeerd door de gemeente vanwege andere lokale knelpunten: een mogelijk verlies van een school, parkeerproblemen en het ontbreken van een buurthuis. De discussie illustreert het klassieke stadsbouwconflict tussen woning- en parkontwikkeling en de praktische plaatsing van stedelijke infrastructuur.