'Het verdriet is niet uit te drukken in geld', celstraf geëist voor vernielen tientallen graven
In dit artikel:
Stefan V. (33) erkent dat hij op begraafplaats Westduin in Den Haag is geweest, maar ontkent verantwoordelijk te zijn voor het vernielen van tientallen graven, ongeveer tien urnen en een gedenkbord. De vernielingen begonnen op 21 februari vorig jaar en keerden kort daarna terug. Op 2 maart werd hij slapend op het terrein aangetroffen met schroevendraaiers, een klauwhamer, handschoenen en een zaklamp bij zich. Het Openbaar Ministerie ziet dit als inbrekersgereedschap en wijst verder op een gat in een urn dat mogelijk door een klauwhamer is gemaakt, plus dna-sporen op een parfumflesje en een jas die op de begraafplaats werden gevonden. Ook wordt een afgeluisterd telefoongesprek met zijn zus en gegevens van nabijgelegen telefoonmasten genoemd als bewijs.
V. heeft een strafblad van 26 pagina’s, een eerdere veroordeling voor grafschennis (2017) en kampt met drugs- en psychische problemen; hij verbleef na vrijlating vaak dakloos en sliep regelmatig in een schuurtje bij het aangrenzende volkstuincomplex, zo verklaarde hij zelf. Het OM eist zestien maanden cel, waarvan acht voorwaardelijk, en een vijfjarige toegangsverbod voor de begraafplaats. De eis omvat ook inbraken en diefstal uit het volkstuinencomplex.
Zijn verdediging bestrijdt de bewijslast en schetst een ander beeld: V. zou de begraafplaats hebben gebruikt als doorgang naar de volkstuinen en de gevonden spullen hebben meegenomen om een schuur binnen te komen om te slapen. Er zijn geen camerabeelden van vernielingen, voetafdrukken bij de beschadigde graven corresponderen niet met die van hem en hij is vaker op Westduin aangetroffen zonder dat toen vernielingen plaatsvonden. Daarmee blijft volgens de verdediging de toereikendheid van het bewijs onduidelijk.
Voor de nabestaanden blijft de emotionele schade groot; de materiële schade bedraagt ruim 3.000 euro en, zoals een kleinzoon zei, "het verdriet niet uit te drukken in geld." De rechtbank doet uitspraak op 12 maart.