Horrorwesp breidt zich uit en is gevaarlijk, gemeenten proberen ze te vangen
In dit artikel:
De Aziatische hoornaar (geelpoothoornaar) breidt zich snel uit in de regio en gemeenten starten een proef om te voorkomen dat het insect een plaag wordt. Van Rotterdam tot Lisse en naar Bodegraven worden in totaal 750 lokvallen geplaatst; de proef wordt mede gefinancierd door provincie Zuid‑Holland en de gemeente Den Haag en krijgt medewerking van meerdere gemeenten. Imkersvereniging Leiden en omstreken heeft met 62 imkers al honderden vallen opgehangen, vooral op plekken waar eerder nesten werden aangetroffen, zoals het Oosteinde in Voorburg.
De vallen – ongeveer zo groot als een flessencola, met lokstof en speciale gaatjes – laten bijen en andere kleine insecten ontsnappen maar houden de geelpoothoornaar gevangen. Het doel is met name om ontwaakte koninginnen te vangen in de periode dat ze embryonesten bouwen (maart–juni); die kleine, appelgrote grijze nesten worden vaak in vogelnestkastjes, onder dakranden of in schuurtjes gemaakt. In dit stadium is de koningin ongevaarlijk; later ontstaan er werksters die het nest agressief verdedigen.
Sinds de eerste waarnemingen in Nederland (2017) groeit de populatie: imkers haalden vorig jaar in de regio tachtig nesten weg, vijf keer zoveel als het jaar daarvoor. Zonder ingrijpen zou dat dit jaar kunnen oplopen tot honderden nesten; bestrijding is duur (verwijdering kan per nest oplopen tot circa €1.500) en kan gemeenten veel geld kosten als de aantallen blijven stijgen. De hoornaar is een invasieve exoot zonder natuurlijke vijanden en eet grote aantallen bestuivers en andere insecten (tot circa tien kilo per groot nest), wat schadelijk is voor de insectenstand en daarmee voor natuur en landbouw.
Het effect van de vallen moet nog blijken; daarnaast gebruiken imkers en onderzoekers zendering van werksters om nesten op te sporen en experimenteren ze met slimme vallen, AI‑ondersteuning en drones om de dieren te bestrijden. Wie een mogelijk embryonest vindt wordt dringend verzocht het meldpunt te bellen (06‑26262629) en het niet zelf te verwijderen.