In dit huis lijkt alles op het Louvre: 'Bij elkaar geraapt, maar geen zooitje'
In dit artikel:
Jimmy van de Water (35) is een bekend gezicht in de Leidse kringloopwinkels en woont sinds 2018 in een appartement in het centrum van Leiden — het pand boven de juwelierszaak die zijn overgrootvader in 1936 opende. Hij betaalt ongeveer €1.000–1.200 per maand (exclusief inboedel). Zijn verzameling, die hij droogjes het "Leidse Louvre" noemt, is in totaal zo’n halve ton waard en vult bijna elk hoekje van het huis.
Jimmy omschrijft zijn stijl als "bij elkaar geraapt, maar geen zooitje": barokachtige en sierlijke vormen keren overal terug, van klassieke tafels tot kristalglazen in een vitrinekast. Elk object heeft voor hem een connectie met iets anders; de inrichting ziet er bewust vol en gelaagd uit. Een opvallend project was het bij elkaar sprokkelen van de Delftsblauwe tegeltjes rond de doorgang naar het dakterras — tien jaar werk, met gebruikelijke onderhandelingen over prijs en terugkommomenten.
Praktische nadelen beklimt hij met humor: stofvrij houden voelt voor hem als de Processie van Echternach — een stap vooruit en dan weer één terug. Voor Jimmy is verzamelen niet alleen esthetiek maar ook een bijdrage aan duurzaamheid: tweedehands spullen hebben volgens hem meer verhaal en voorkomen de wegwerpcultuur waarin meubels snel worden vervangen bij het minste euvel. Hij legt dat met een knipoog uit en relativeert zijn missie door te zeggen dat hij zich soms ook tegoed doet aan vakanties en vlees.
Kortom: een persoonlijk en bewuste verzamelaarsinterieur, geworteld in familiehistorie, thriftshop-cultuur en een voorkeur voor hergebruik boven nieuwconsumptie.