Jarenlange celstraffen geëist na fatale ripdeal
In dit artikel:
In Den Haag staan Mohamed B. (23) en Abiftaan M. (25) terecht voor de fatale ripdeal waarbij de 21‑jarige Titas op 18 april 2025 in het Laakkwartier werd neergeschoten. De officier van justitie eist celstraffen van respectievelijk dertien en zestien jaar voor gekwalificeerde doodslag; dat is doodslag die gepaard gaat met of voortvloeit uit een ander strafbaar feit, hier de poging tot een drugsroof.
De verdachten geven twee volledig tegengestelde versies van wat voorafging en tijdens de confrontatie gebeurde. Abiftaan M. verklaart dat het plan was Titas te beroven van een kilo cocaïne; volgens Mohamed B. zouden ze juist kopers zijn geweest die samen de winst zouden delen na aankoop voor ongeveer 17.000 euro. Vaststaat dat M. met bivakmuts en vuurwapen uit de auto stapte en dat er een worsteling ontstond nadat een vriend van Titas probeerde in te grijpen en met zijn auto de auto van B. ramde.
In eerste instantie ging een schot in de grond en wist Titas te ontkomen, maar bij de achtervolging struikelde hij en werd hij opnieuw gegrepen. M. loste vier schoten; één trof Titas in de romp. De daders namen de drugs en vluchtten; Titas overleed korte tijd later in het ziekenhuis, bijgestaan door zijn moeder. In haar slachtofferverklaring zei zij onder meer: “Soms wou ik dat jullie dezelfde pijn voelen die wij elke dag hebben.” Familieleden benadrukten de blijvende impact van het verlies.
Na de schietpartij werd B. twee dagen later gearresteerd. M. ontvluchtte via Düsseldorf naar Somalië maar keerde op 31 augustus terug naar Nederland en meldde zich, waarna hij werd aangehouden; hij verklaarde teruggekomen te zijn om de consequenties te aanvaarden. De officier van justitie noemt het verhaal dat het om een gewone koop ging ongeloofwaardig: er werden gestolen kentekenplaten gebruikt, er was een fatbike klaar om te vluchten en B. had eerder al twee keer cocaïne van Titas gekocht zonder dergelijke voorzorgsmaatregelen te nemen—feitelijkheden die volgens het OM wijzen op een geplande ripdeal.
De rechtbank moet nu beoordelen welke versie van de feiten klopt en of de schietpartij als gekwalificeerde doodslag moet worden aangemerkt.