'Je leven hangt aan een zijden draadje', cel voor bedreigers die pistool in mond slachtoffer duwen
In dit artikel:
Op 8 oktober 2024 werd bij drankenhandel Bruyntje Beer in Ter Aar een medewerker — in het artikel aangeduid als "Marc" — bedreigd door twee mannen nadat een partij cocaïne die in de loods lag was verdwenen. De verdachten, Joshua P. (33) en Martino N. (40), dwongen Marc volgens zijn verklaring onder meer in een auto en zouden een vuurwapen tegen zijn mond hebben gezet; ook hadden ze adressen en de naam van zijn vrouw en kinderen genoemd. Beelden die in december in de rechtbank zijn getoond tonen Marc gedwongen bij een schuifdeur van een auto, maar daarop is het pistool niet zichtbaar.
De bedreiging volgde nadat een klant, aangeduid als L., op 8 oktober drie dozen en drie met folie omwikkelde blokken liet zien — voorzien van logo’s met een Canadese vlag en een Porsche-merk — en suggereerde dat Marc wist wat erin zat. Twee dagen later waren die dozen gestolen; de eigenaren van de cocaïne wezen Marc direct aan als schuldige, waarna een golf van intimidatie en geweld losbarstte in Alphen aan den Rijn en omgeving. De politie haalde Marc en zijn gezin onmiddellijk in veiligheid. Diezelfde dag werd het huis van de eigenaar van Bruyntje Beer met een Kalasjnikov beschoten en werd er een explosief aan de deur van Marc bevestigd.
De rechtbank legde P. en N. celstraffen op van respectievelijk 7,5 en 2 jaar; het OM had 8,5 en 2,5 jaar geëist. De hogere straf voor Joshua P. hangt samen met aanvullende veroordelingen voor voorbereiding van een liquidatie, vuurwapenbezit en heling. Martino N. moet bovendien nog ruim twee jaar uitzitten van een eerdere veroordeling. De bedreigingen maken deel uit van een bredere geweldsgolf die ontstond na de diefstal van een partij cocaïne uit de haven van Antwerpen in augustus 2024; een deel van die lading was opgeslagen in de loods van Bruyntje Beer. De naam Marc is gefingeerd uit privacyoverwegingen.