Jongeren uit de regio bouwen in Oekraïne: 'Mijn ouders had ik nog maar even niks verteld'
In dit artikel:
Anouk Breedijk (24) uit Stolwijk is onlangs voor de tiende keer in vier jaar naar Oekraïne geweest om te helpen bij de wederopbouw. Via de Friese hulporganisatie Stichting Hope4Ukraine nam ze met dertien vrienden uit de regio deel aan een zogeheten herstelreis. De groep werkte aan het optrekken van de eerste verdieping van een 'recovery centre' in Irpin, net buiten Kiev — een plek die bedoeld is om na de oorlog mentale hulp en opvang te bieden aan slachtoffers.
De ploeg bestond grotendeels uit jonge vrijwilligers zonder bouwachtergrond, maar met praktische vakkennis: Anouk is meubelmaker, Bart (29) elektricien en Lucas (22) legt zonnepanelen. Die vaardigheden kwamen goed van pas op verschillende plekken. Op zo’n zestig kilometer van het front hielpen Lucas en Bart in Mykolayiv met het aansluiten van een batterij en zonnepanelen, zodat een gedoneerde waterpomp en filter weer konden werken ondanks de vaak uitvallende stroom. Daarnaast namen ze oude 4x4-auto’s mee die bestemd zijn voor soldaten aan het front waar veel voertuigen onbruikbaar zijn geraakt.
De vrijwilligers zagen het oorlogsgeweld van dichtbij: in Mykolayiv hoorden ze bominslagen en voelden ze de schokgolven in de daken. Ze kwamen ook persoonlijke, schrijnende verhalen tegen — onder anderen een tolk die zij eerder hadden leren kennen en die inmiddels in het leger dient; van zijn peloton van 180 man overleefden er maar twaalf. Op de wegen treffen ze controlepoortjes aan waar jonge mannen worden geselecteerd voor militaire inzet, en veel mannen zijn inmiddels aan het front, waardoor het dagelijkse leven en de straten sterk zijn veranderd.
Naast het fysieke herstel organiseerden de bezoekers bijeenkomsten en gaven kleine attenties — zoals schoenendozen met spullen voor kinderen — om even afleiding en troost te bieden. Ondanks de risico’s en de confrontaties met geweld zeggen Anouk, Lucas en Bart dat ze terug zullen keren; de behoefte aan hulp bij wederopbouw en mentale zorg blijft groot en de contacten met lokale bewoners houden ze verbonden met het land.