Kamer wil renovatie Binnenhof beter in hand houden, minister wil 'uiterste best' doen

woensdag, 20 mei 2026 (22:03) - Omroep West

In dit artikel:

Minister Elanor Boekholt-O'Sullivan (Wonen) wil verdere kostenstijgingen en vertragingen bij de renovatie van het Binnenhof voorkomen, maar kan geen harde garanties geven. Tijdens een debat in Den Haag naar aanleiding van de vijftiende voortgangsrapportage (april) bleek dat de geschatte kosten zijn opgelopen tot ongeveer 2,79 miljard euro en dat gebruikers pas in de zomer van 2031 terug moeten kunnen keren.

De renovatie van het historische politieke hart, oorspronkelijk in 2015 gepland als de goedkoopste en snelste variant met tijdelijke huisvesting van alle gebruikers voor 5,5 jaar, zou aanvankelijk rond 2026 klaar zijn voor circa 475 miljoen euro. Die planning bleek veel te optimistisch: 2026 werd 2028, later werd zelfs 2031 als streefdatum genoemd. De oplopende prijs en langere doorlooptijd zijn veroorzaakt door verborgen gebreken achter façades (asbest, houtrot, schimmel, vervuilde grond, lekkages), de grote bouwkundige complexiteit van het ensemble en duurdere gespecialiseerde aannemers. Ook extra duurzaamheidseisen van de Tweede Kamer en aanvankelijk onderschatte beveiligings- en ICT-opslagvereisten droegen bij aan meerkosten; ICT-opslag wordt nu in een extra betonnen constructie bij de Ridderzaal ondergebracht.

Vijf van de acht aanwezige partijen eisten meer vat op het project. PVV sprak van het “kwijtraken van grip”; CDA en BBB drongen aan op actieve kostenbeheersing en geen verdere wijzigingen. Tegelijkertijd was veel Kamerleden mild en toonden zij begrip na rondleidingen van het Rijksvastgoedbedrijf: de restauratie van waardevolle historische elementen wordt gezien als noodzakelijk om het complex langdurig te behouden.

Boekholt-O'Sullivan erkent de omvang van de klus en noemt het bedrag “ongelooflijk veel geld”. Ze wil strengere, realistische prijsafspraken, terughoudendheid bij aanvullende eisen en vroegtijdige berichtgeving over nieuwe tegenslagen aan de Kamer, met de belofte: "Ik ga mijn uiterste best doen."