Kritiek op mogelijke woontorens in Den Haag: 'Het moet passen in het stadsbeeld'
In dit artikel:
Den Haag overweegt twee slanke woontorens van ongeveer 230 meter naast het Centraal Station, maar het plan stuit op veel verzet dat vooral zichtbaar werd in Facebookreacties onder een bericht van Omroep West. Critici noemen het project grootschalig en vrezen onder meer meer schaduw over de binnenstad, harde windhinder en een skyline die "New York" moet worden — zorgen die zowel emotioneel als praktisch van aard zijn.
Stedelijke experts plaatsen die reacties in perspectief. Ellen van Bueren (hoogleraar Management van Stedelijke Ontwikkeling) zegt dat hoogbouw sterke gevoelens oproept omdat torens van veraf zichtbaar en overweldigend zijn; ze benadrukt ook dat ontwerp op straatniveau bepalend is voor hoe bewoners iets ervaren. Volgens haar heeft het voorgestelde plan eerst lagere bouwlagen en pas daarna de torens, waardoor de impact op ooghoogte en de schaduwwerking minder groot zou zijn dan bij een reusachtige toren vlak aan de straatkant. Peter Boelhouwer (hoogleraar Housing Systems) wijst op praktische nadelen: boven ongeveer zestig meter stijgen bouwkosten en verkoopprijzen per vierkante meter, en hoogbouw kan leiden tot minder ontmoetingsplekken en minder sociale cohesie als de plint niet levendig wordt ingevuld.
Niet iedereen is tegen; sommige Hagenaren zien in hoogbouw een noodzakelijke stap tegen de woningnood, al blijft het de vraag voor wie de nieuwe appartementen betaalbaar zullen zijn. Beide hoogleraren benadrukken dat luisteren naar bewoners en aandacht voor samenhang met de rest van de stad cruciaal is om tot een goed ontwerp te komen. Voordelen zijn meer woningen en bijzondere uitzichten, nadelen zijn mogelijke schaduw-, wind- en prijseffecten en de impact op het stadsbeeld.