Kunst geweefd voor koningen: 'Nachtwacht was goedkoper'
In dit artikel:
Museum Gouda toont in de tentoonstelling ‘Wonder Walls, Geweven meesterwerken’ monumentale wandtapijten uit de zeventiende eeuw. Deze werken golden destijds als de duurste en meest prestigieuze kunstobjecten en waren bestemd voor vorsten, stadhouders en andere machthebbers. Sommige tapijten kostten zelfs meer dan Rembrandts Nachtwacht.
Gouda groeide vanaf het einde van de zestiende eeuw uit tot een belangrijk centrum voor tapijtkunst, nadat protestantse Vlaamse ambachtslieden naar de Noordelijke Nederlanden waren gevlucht. Leegstaande kloosters boden ruimte voor de grote weefgetouwen. De industrie gaf de stad een sterke economische en artistieke impuls. Goudse tapijten kwamen onder meer terecht bij het Zweedse koningshuis; twee exemplaren zijn speciaal voor de tentoonstelling uit Zweden geleend. Tijdens het staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Zweden in 2025 waren vergelijkbare Goudse tapijten nog te zien.
Een belangrijk bruikleen is het ruim tien meter lange tapijt uit het Goudse stadhuis, waar eeuwenlang bruidsparen trouwden. Restauratie en nieuw onderzoek wijzen erop dat het werk niet door David Ruffelaar, zoals lang werd aangenomen, maar door Jannetje Wouters is geweven, de vrouw die de leiding had over de weverij. Museum Gouda benadrukt daarnaast dat tapijten niet alleen decoratief waren: ze hielden grote, koude ruimtes warmer. De tentoonstelling wil bezoekers ook wijzen op het vakmanschap en de hernieuwde populariteit van textiele ambachten zoals weven, borduren en haken.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp: 'Ik erger me eraan dat Angela de Jong dit blijft volhouden'