Leidse Syriër verspreidt IS-weekblad, maar ontkent lid te zijn
In dit artikel:
Nour Al‑M., een 29‑jarige Syriër die sinds 2014 in Nederland woont en in Leiden verblijft, staat terecht omdat het Openbaar Ministerie (OM) hem ziet als lid van Islamitische Staat (IS) en beschuldigt van het verspreiden van IS‑propaganda. Het onderzoek begon na een ambtsbericht van de AIVD en buitenlandse diensten; Al‑M. kwam in beeld omdat hij zou hebben gesproken over een aanval op de Koninklijke Marechaussee en via een chatgroep met de naam Lone Wolfs bereidheid tot vechten voor IS zou hebben getoond.
Voor de Rotterdamse rechtbank gaf Al‑M. toe artikelen uit de IS‑publicatie Al‑Naba te hebben doorgestuurd, maar betoogde dat hij die alleen naar bekenden zond en uit nieuwsgierigheid over het Midden‑Oosten handelde. Hij zegt een goede moslim te willen zijn en onderscheid te maken tussen het ideaal van een islamitisch kalifaat en de criminele handelwijzen van de terreurbeweging zelf. Tegelijkertijd uitte hij in chats met een zus steun voor het kalifaat, noemde hij IS‑informatie 'waarheid' en las hij naar eigen zeggen twee jaar lang Al‑Naba. In een handgeschreven brief liet hij blijken dat hij martelaarschap zou wensen, wat het OM als bewijsmateriaal aanvoert.
De officier van justitie trekt deze uitspraken en gedragingen samen tot het beeld van een overtuigde aanhanger en eist een gevangenisstraf van drie jaar voor lidmaatschap van een terroristische organisatie en het verspreiden van propaganda — door het OM aangeduid als 'elektronische jihad' — plus toezicht na detentie via een GVM. De verdediging vraagt vrijspraak en stelt dat religieuze overtuiging en het delen van teksten op zichzelf geen strafbaar lidmaatschap bewijzen. Al‑M. zelf zegt vooral verbaasd te zijn over zijn langdurige detentie op de terroristenafdeling en wil liefst terug naar Syrië.
De uitspraak door de rechtbank staat gepland op 21 mei.