Leraar Lambertus bleek nazispion, niemand wist het

maandag, 4 mei 2026 (18:03) - Omroep West

In dit artikel:

Lambertus Elferink (1910–1992) leidde een dubbel leven: voor de buitenwereld een klassieke talenleraar in Den Haag, in werkelijkheid tijdens de Tweede Wereldoorlog een door de nazi’s betaalde spion in Zuid-Afrika. Onderzoekers Arnold Carmiggelt en Marieke Keur reconstrueren zijn levensloop in Hoe een classicus nazi-spion werd en leggen bloot hoe een man met uitgesproken pro-Duitse en antisemitische opvattingen na de oorlog gewoon voor de klas kon staan.

Elferink studeerde klassieke talen in Amsterdam (vanaf 1928), ontwikkelde vroeg nationalistische sympathieën en werkte later als journalist voor De Telegraaf. Tijdens een reis naar Berlijn werd hij gerekruteerd door een hoge nazi-functionaris en vertrok vlak voor de oorlog naar Zuid-Afrika. Met de dekmantel van een huwelijk met de Zuid-Afrikaanse Rita van der Merwe voerde hij als agent onder de codenaam “Hamlet” opdracht uit om een pro-Duitse machtswisseling in Zuid-Afrika te bevorderen. Voor zijn werkzaamheden ontving hij fors geld — onder meer een betaling van 30.000 Reichsmark, tegenwoordig ruwweg €240.000 — plus een maandelijks salaris.

Zijn ontmaskering kwam doordat Britten het Duitse Enigma-systeem wisten te kraken; Duitse berichten verrieden de naam Hamlet en wezen naar Elferink. Om de bron van die doorbraak geheim te houden, hielden Britse en Nederlandse autoriteiten strikt het zwijgen over de reden van zijn arrestatie. Elferink werd tijdens een schijninspectie naar Engeland gelokt, opgesloten in Dartmoor en later zonder proces in Scheveningen vastgehouden. Pas in januari 1949 verliet hij de gevangenis, zonder ooit formeel veroordeeld te zijn voor spionage.

Na zijn vrijlating vestigde hij zich opnieuw in Den Haag en kreeg hij een baan als docent klassieke talen, onder meer op het Sorghvliet Gymnasium; oud-burgemeester Jozias van Aartsen was een van zijn leerlingen en kende zijn verleden niet. In de jaren daarna radicaliseerde Elferink openlijk, sprak positief over het apartheidsbeleid van Zuid-Afrika en belandde op non-actief. In 1972 hertrouwde hij met een voormalige leerling, Loes Molier. Carmiggelt en Keur baseren hun reconstructie op archiefonderzoek, correspondentie en gesprekken met Molier, en wisselen in hun boek feitelijke reconstructies af met fictieve scènes om het verhaal te verlevendigen.