Lisa (14) durft niet meer naar school: 'Voelt als afgepakte kansen'
In dit artikel:
Lisa (14) gaat sinds oktober niet meer naar school omdat ze zich onveilig voelt na een conflict met een klasgenoot tijdens handvaardigheid. Haar moeder belde de politie; die zag geen strafbaar feit, maar de vmbo-leerlinge sloeg noodgedwongen op thuiszitten aan. Een vervolgtraject op school stelde het gezin teleur: de klasgenoot kreeg één dag schorsing en er was lange tijd geen concreet plan of nazorg, waardoor Lisa thuis bleef en het gewone schoolleven miste.
Het voorbeeld van Lisa illustreert een groter probleem: het aantal thuiszitters in Nederland wordt mogelijk geschat op circa 70.000 en neemt toe. Onderwijsadviseur Hanneke van Noort wijst erop dat de oorzaken divers zijn — van het onderwijssysteem zelf tot psychische problemen, thuissituaties en gedragsproblemen — en dat de huidige aanpak te veel op individuele hulptrajecten leunt. Scholen, jeugdartsen, leerplichtambtenaren en gemeenten werken vaak los van elkaar, met beperkte budgetten en strikte wettelijke taken. Daardoor ontbreekt volgens haar vaak de ruimte om snel en goed in te grijpen.
Een fundamenteel knelpunt is de scheidslijn tussen onderwijs en jeugdhulp: scholen mogen geen jeugdhulp aanvragen; dat moeten ouders doen. Die verwachting van ouders — dat passend onderwijs automatisch maatwerk betekent — zorgt voor misverstanden en frustratie. In Lisa’s geval heeft ze al hulp van een psycholoog en jeugdhulp, maar die stemmen niet met de school af, wat de situatie compliceert. De schooldirecteur zegt dat er volgens protocollen gehandeld is en dat de school probeert passend onderwijs te bieden, maar erkent dat thuiszitten weinig eenduidige oplossingen kent en maatwerk vereist.
Van Noort pleit voor een collectieve, structurele aanpak in plaats van losse individuele trajecten. Ze ziet succesvolere voorbeelden van scholen die samenwerken met vaste jeugdprofessionals op locatie; dan is minder vaak een nieuw, apart traject nodig. Maar personeelstekorten en financieringsproblemen in de jeugdzorg maken zulke oplossingen lastig op grote schaal. Verbetering vraagt volgens haar politieke keuzes en tijd.
Vooralsnog rondt Lisa het schooljaar op afstand af en komt alleen voor toetsen naar school. Of ze het derde jaar haalt is onzeker; het gezin moest veel zelf uitzoeken. De situatie legt de emotionele tol bloot: Lisa mist schoolreizen en het sociale leven, en haar moeder hoopt dat hun ervaring bijdraagt aan sneller en beter handelen, zodat andere kinderen dit niet hoeven mee te maken. Uit privacyoverwegingen is de schoolnaam weggelaten.