Mannen ontkennen betrokkenheid bij mislukte aanslag op advocaat: 'Dat ben ik niet'
In dit artikel:
Op 11 december 2024 ontplofte onder de auto van een advocaat in Rotterdam een explosief; materiële schade bleef beperkt maar de gebeurtenis wordt door justitie gezien als een mislukte liquidatie (poging tot moord). Twee verdachten — Juri G. (36) uit Den Haag en Franky A. (42) uit Zoetermeer — staan terecht, maar het motief is onduidelijk: het onderzoek naar achtergronden leverde volgens de officier van justitie niets op. De aanklager eist twaalf jaar gevangenisstraf.
Forensisch onderzoek vond sporen van PETN (een lastig verkrijgbare springstof), een GPS-tracker en onderdelen van een ontstekingsmechanisme; de bom bleek op afstand te zijn geactiveerd. Een gebruikte simkaart bracht onderzoekers bij Juri G.; hij erkent de kaart gekocht te hebben, maar zegt dit in opdracht van een ander te hebben gedaan. Die opdrachtgever kon nooit worden opgespoord. Franky A. wordt gezien als medeverdachte; hij had eerder een foto gestuurd van een plek naast het kantoor van de advocaat met de begeleidende tekst dat de auto “eronder” kon — later zegt hij niet te weten waarom hij dat stuurde.
Beide verdachten zijn in de dagen voor de aanslag meerdere keren samen gespot op de route Den Haag–Zoetermeer–Rotterdam. Bewakingsbeelden tonen herhaaldelijk twee mannen, door politie beschreven als een “lange” (A., 1,89 m, donkere huidskleur) en een “kleine” (G., 1,63 m, lichte huidskleur). De beelden tonen ook momenten bij de woning en de auto van de advocaat; beide verdachten ontkennen dat zij op de beelden staan en geven uiteenlopende verklaringen en alibi’s. Volgens justitie zijn er vooraf verkenningen geweest en zou in de nacht van 9 op 10 december al een poging zijn gedaan het explosief te plaatsen, maar toen stond de auto in een garage.
De verdediging ijvert voor volledige vrijspraak: er zou geen concreet bewijs zijn dat de twee het explosief hebben geplaatst. Bovendien komt naar voren dat de bom weinig fysieke schade veroorzaakte — een lekke band en beschadigd chassis — waarmee zij betogen dat niet gesproken kan worden van poging tot doodslag of zwaar lichamelijk letsel, temeer daar onduidelijk is hoeveel springstof precies is gebruikt.
Achtergrond: G. woont in de buurt van de Tarwekamp in Den Haag, waar op 7 december een zware explosie plaatsvond met zes doden; hij zegt dat die gebeurtenis indruk op hem maakte. Beide mannen hebben een strafrechtelijk verleden en zijn respectievelijk vader van zeven en tien kinderen. Ze zitten inmiddels ongeveer een jaar vast; de rechter in Rotterdam zal naar verwachting over circa twee weken vonnis wijzen.