Met een videocamera gaf Meatball gewone Hagenezen voor het eerst een stem
In dit artikel:
Het Haagse videocollectief Meatball ontstond in 1972, kort nadat video beschikbaar was gekomen. Jonge Hagenaars zagen het nieuwe medium als een manier om bewoners uit wijken als de Schilderswijk en Transvaal een stem te geven. Hun reportages brachten onderwerpen in beeld die in de reguliere media weinig aandacht kregen, zoals verkrotting, eenzaamheid, probleemjongeren, integratie, kunst en cultuur. Ook filmde het collectief in Suriname over de uitbuiting van arbeiders.
Meatball werkte vaak samen met buurtcentra en opbouwwerkers. Omdat het collectief aanvankelijk geen eigen apparatuur had, werden de producties gemonteerd in woonkamers en ’s nachts bij een videobedrijf in Rotterdam. Financiële steun van ondernemer Paul Hessing maakte verdere groei mogelijk. Een lokale of regionale televisiezender bestond in de jaren zeventig nog niet, waardoor de makers hun reportages zelf vertoonden. Met monitors en videospelers trokken ze naar buurten; premières vonden soms plaats vanuit de kofferbak van een auto. Later werden de films ook vertoond in filmhuis Het Kijkhuis, dat mede door Meatball-oprichter Rien Hagen werd opgericht.
Vanaf de jaren tachtig maakte Meatball bovendien zogenoemde docudrama’s. Haagse jongeren speelden daarin zichzelf en werkten mee aan het script. Door ook agenten, rechters en andere betrokkenen te laten deelnemen, ontstonden nieuwe contacten tussen jongeren en mensen die zij eerder als tegenstanders zagen.
Meatball stopte in 1992. De lokale zender Lokatel nam een deel van de functie over en het archief werd in 1994 overgedragen aan het Haags Gemeentearchief. Inmiddels is al het werk gedigitaliseerd. Omroep West maakte hierover de documentaire *Meatball, Haagse beeldrevolutie*, die op 6 november in Pathé Buitenhof en op 7 november op TV West te zien is.
Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'