Moord op Haagse garagehouder Loek van Dam blijft na 34 jaar vrijwel zeker onopgelost
In dit artikel:
De moord op Haagse garagehouder Loek van Dam in januari 1992 lijkt hoogstwaarschijnlijk een cold case te blijven. Van Dam werd op 27 januari 1992 in het kantoor van zijn garage van achteren neergeschoten; zes kogels troffen hem terwijl hij klaarstond om naar huis te gaan — zijn jas aan en sleutels in de hand — en zijn portemonnee met bijna 1.800 gulden bleef onaangetast.
De 71‑jarige Ruben B. stond als verdachte terecht; het Openbaar Ministerie eiste 14 jaar cel. Van Dam had een relatie met de vrouw van Ruben B., die volgens het dossier door haar man werd mishandeld en bescherming zocht bij Van Dam. Ruben B. zat kort vast direct na de moord en de zaak werd toen geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Na een anonieme tip in 2020 — waarin werd gesteld dat Ruben zijn destijds 15‑jarige zoon voor de moord zou hebben ingezet — opende de politie het onderzoek opnieuw en werd Ruben ongeveer een jaar geleden opnieuw aangehouden.
Tijdens het proces bleek het forensisch materiaal niet veel sterker dan destijds; ook afgeluisterde gesprekken en getuigenverklaringen leveren geen wettig en overtuigend bewijs op. Ruben B. ontkent dat hij iemand met een vuurwapen heeft bedreigd en noemt geruchten binnen de familie “roddelpraat”. Zijn voorlopige hechtenis is opgeheven, wat de kans op vrijspraak groot maakt. De definitieve uitspraak volgt op 24 maart.