Nieuw soort wesp is agressief en vijf keer zo groot, gemeenten zetten honderden vallen
In dit artikel:
In delen van Zuid-Holland zetten gemeenten en imkers een proeftraject in om de opmars van de geelpoothoornaar (de Aziatische hoornaar) af te remmen. Tussen Rotterdam, Lisse en Bodegraven zijn in totaal 750 lokvallen opgehangen; de vallen, ter grootte van een grote colafles, laten bijen en andere kleine insecten ontsnappen maar houden de geelpoothoornaar gevangen. De actie wordt gedragen door imkers — onder wie Arjen Gerritsen uit Leiden — en gefinancierd door de provincie Zuid-Holland en de gemeente Den Haag; meerdere andere gemeenten hebben steun toegezegd.
De plaatsing richt zich vooral op plekken waar eerder nesten werden aangetroffen, zoals het Oosteinde in Voorburg, waar eind vorig jaar een nest bij de Sint Martinuskerk werd verwijderd. Imkers in de regio haalden vorig jaar circa tachtig nesten weg; dat aantal groeit snel en vormt een forse kostenpost voor gemeenten (verwijdering kan oplopen tot ongeveer 1.500 euro per nest). Als de soort zich verder verspreidt zoals in delen van Frankrijk — waar tot twaalf nesten per km² worden gevonden — kunnen de uitgaven voor gemeenten in de tonnen lopen.
De geelpoothoornaar is sinds 2017 in Nederland aanwezig en wordt gezien als invasieve exoot zonder natuurlijke vijanden hier. Een nest kan grote hoeveelheden insecten verslinden (soms tot tien kilo, naar schatting tienduizenden insecten) en zo de lokale biodiversiteit schaden. Daarnaast vormen grote, vol bezette nesten een gevaar voor mensen: de hoornaar is fors groter dan een gewone wesp en heeft meer gif; meerdere steken kunnen levensbedreigend zijn.
Koninginnen bouwen van maart tot juni zogeheten embryonesten (grijs, ter grootte van een appel) in vogelkastjes, onder dakranden of in schuurtjes; in dat stadium is de koningin relatief ongevaarlijk, maar later volgen werksters die het nest verdedigen. Wie een mogelijk embryonest ziet wordt dringend verzocht niet zelf te handelen maar het meldpunt te bellen: 06-26262629.
Naast vallen worden ook andere detectiemethoden ingezet: werksters worden met zenders gevolgd om nesten op te sporen, er wordt geëxperimenteerd met AI-gestuurde vallen en er lopen ontwikkelingen met drones. Of de proef met 750 vallen effectief is, moet de rest van het jaar uitwijzen.