Nog 600.000 long covid-patiënten: 'Sommigen liggen al 6 jaar in het donker'
In dit artikel:
In het streng beveiligde Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk lopen wetenschappers elke dag onderzoek naar long covid, ook al voelt de rest van de maatschappij alsof de pandemie grotendeels achter ons ligt. Het centrum huisvest honderden makaken — tot wel duizend dieren georganiseerd in groepen van circa 35 — die worden gebruikt voor onderzoek naar ziekten zoals tbc en long covid. De dieren worden rustig gehouden met bekende muziek zodat ze niet schrikken als onderzoekers binnenkomen.
Onderzoeker Marieke Stammes legt uit dat het team al ruim zes jaar met covid bezig is en dat long covid een groot, divers probleem is: in Nederland hebben naar schatting ruim een half miljoen mensen langdurige klachten, waarvan ongeveer 90.000 mensen zeer ernstig beperkt zijn; wereldwijd gaat het om honderden miljoenen. Long covid kent meer dan tweehonderd verschillende symptomen en vormt geen eenduidig ziektebeeld — sommige patiënten hebben vooral cognitieve problemen ('brain fog'), anderen spierklachten of extreme vermoeidheid — en effectieve behandelingen ontbreken nog.
In het BPRC worden makaken vóór infectie gevolgd tot een jaar erna: onderzoekers maken 3D-longscans onder narcose, nemen bloed en liquor af, en bestuderen zo veranderingen die in mensen vaak niet te onderzoeken zijn omdat patiënten de belasting niet aankunnen. Een van de speerpunten is de bloed-hersenbarrière, mogelijk een belangrijke factor bij hersenmist. Recent ontving het centrum subsidie van de Stichting Long COVID om te onderzoeken of mitochondriën — de energiecentrales van cellen — slechter functioneren door zuurstoftekort.
Het artikel belicht ook persoonlijke gevolgen via het verhaal van Francisca uit Den Haag, die in 2022 corona kreeg en daarna langdurig ernstig beperkt raakte. Ze beschrijft dat haar lichaam plotseling 'op slot' ging: wekenlang was basiszorg te zwaar, lezen en logisch nadenken lukten niet, en terugvallen konden maanden duren. Pas na anderhalf tot twee jaar keerde langzaam meer functionele capaciteit terug.
Stammes erkent de frustratie over het gebrek aan snelle doorbraken, maar spreekt ook over voortschrijdend inzicht en voorzichtig optimisme: "Als ik daar niet meer in zou geloven, dan zou ik hier niet staan." Het BPRC ziet dieronderzoek als mogelijkheid om processen te ontrafelen die bij mensen moeilijk meetbaar zijn, en hoopt zo stapsgewijs naar behandelrichtingen toe te werken — wanneer dat precies zal leiden tot een oplossing, blijft onduidelijk.