Ondernemers botsen om hamburgertruck: 'Geen eerlijk speelveld'
In dit artikel:
Ondernemer Eli Dijkstra uit Delfgauw staat met zijn foodtruck The Grill of Eli op een zijden draadje. Hij kreeg een vergunning om op dinsdagen burgers en friet te verkopen bij winkelcentrum Emerald, maar tegen die vergunning is bezwaar aangetekend door snackzaak Verhage Delfgauw en de lokale winkeliersvereniging. Daardoor moest Dijkstra zich op 14 april melden bij een hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie.
Dijkstra, die pas enkele weken op de plek staat en lokaal wil ondernemen, deelde van tevoren zijn zorgen op social media en sloot zijn kar eerder die dag om naar het gemeentehuis te gaan. Hij benadrukt dat hij in de gemeente woont en het liefst lokaal bijdraagt aan de economie.
Namens Verhage en de winkeliersvereniging legde Inge de Hoog tijdens de zitting uit dat het bezwaar niet persoonlijk bedoeld is, maar te maken heeft met onevenwichtige concurrentie en overlap in aanbod. Haar bezwaar is dat een vaste winkel met huur en dagelijkse openingstijden geen gelijke concurrentievoordelen heeft tegenover een mobiele kraam die alleen tijdens de avondspits actief is. In haar ogen moet een standplaats iets toevoegen aan het winkelcentrum en mag het bestaande ondernemers niet weghalen.
De gemeente en Dijkstra’s advocaat voerden tegenoverliggende argumenten aan. De gemeente zei dat het bezwaar onvoldoende concreet is omdat er geen financiële onderbouwing is aangeleverd; zonder cijfers is een afweging lastig. De advocaat van Dijkstra voerde aan dat een vergunning niet louter op basis van concurrentieverlies ingetrokken mag worden. De gemeente verwees ook naar voorbeelden van vergelijkbare ondernemers die naast elkaar bestaan, bijvoorbeeld op markten in Zoetermeer.
De onafhankelijke bezwaarschriftencommissie brengt binnenkort advies uit; het college neemt waarschijnlijk binnen zes weken een definitief besluit. Tot die tijd mag Dijkstra blijven staan. Hij reageert nuchter en zegt te hopen te mogen blijven, maar accepteert desnoods het besluit. De redactie kon De Hoog voor een nadere reactie niet bereiken.
Deze zaak illustreert de spanningslijn tussen vaste detailhandel en mobiele verkopers in kleine dorpskernen en de noodzaak van concrete onderbouwing bij bezwaarprocedures.