Op De Haagse Markt: 'Thuiszitten met een uitkering is niks voor mij'
In dit artikel:
Nevzat Gurel (58) staat al 38 jaar op de Haagse Markt in Den Haag. Hij kwam op twintigjarige leeftijd vanuit Turkije naar Nederland, kort nadat Nederland het EK had gewonnen, en ging meteen aan de slag bij de familie Van der Veen. Aanvankelijk werkte hij vooral achter de schermen en sprak hij nauwelijks Nederlands. Turkse klanten die stoffen kochten om mee naar huis te nemen, kon hij dankzij zijn afkomst wel helpen.
Na zes jaar probeerde Gurel een baan in de tuinbouw, maar hij miste de sociale contacten op de markt. Met hulp van opa Van der Veen schreef hij zich in bij de Kamer van Koophandel en begon hij voor zichzelf. Inmiddels verkoopt hij vanuit een grote kraam kleding, tassen, petten en riemen. Volgens hem is het leven op de markt verbeterd: vroeger moesten kooplui dagelijks alles in- en uitladen en stond het terrein vol auto’s; nu komt hij zelf op de fiets.
Gurel merkt ook dat de markt is veranderd. Turkse bezoekers namen vroeger grote hoeveelheden spullen mee naar Turkije, maar sinds de invoering van de euro en de stijgende prijzen kopen ze daar veel minder. Toch voelt hij zich thuis op de markt, waar hij zelfstandig werkt en zijn sociale leven heeft. Zijn kinderen willen de kraam niet overnemen, maar Gurel denkt er zelf pas aan te stoppen als hij ziek wordt of overlijdt.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen over verloren bokspartij Dave Roelvink: ‘Liefdesverdriet is gewoon een excuus’