'Palestijnen helpen is mijn grote droom', vermeende Hamas-geldschieter volhardt in onschuld

woensdag, 15 april 2026 (20:17) - Omroep West

In dit artikel:

In Leidschendam staat de 58‑jarige Amin Abou R., geboren in Syrië, terecht omdat hij bijna 8,5 miljoen euro zou hebben overgemaakt naar Gaza — geld dat het Openbaar Ministerie (OM) volgens onderzoek bij Hamas terechtkwam. Het OM beweert dat uit patronen en onderzoek volgt dat Abou R. wist waar het geld naartoe ging; de officier van justitie eiste eerder een gevangenisstraf van drie jaar.

De verdediging bestrijdt dat en vraagt vrijspraak. Advocaat Jill Leyten betoogde dat veel bewijs uit Israëlische bronnen komt, dat de FIOD het financiële onderzoek onvoldoende diep heeft uitgevoerd en dat de transacties via de Westelijke Jordaanoever en tussenstichtingen liepen — geldstromen die op verschillende manieren gecontroleerd en geretourneerd kunnen worden. Volgens Leyten kon haar cliënt niet weten dat bedragen eventueel bij Hamas terecht zouden komen; veel van de betrokken stichtingen staan niet op de EU‑sanctielijst.

De verdediging verklaarde ook telefone nummers en visitekaartjes van Hamas‑leden als zakelijke contacten die noodzakelijk zijn om in Gaza te kunnen werken. Daarnaast haalde ze de deskundige van het OM onderuit door te wijzen op diens contacten en vermeende partijdigheid; de raadslieden wilden dat zijn verklaringen daardoor geen gewicht kregen. Het OM wees deze kritiek van de hand en hield vast aan zijn analyse dat de geldstromen uiteindelijk onder invloed van Hamas vielen — onder meer omdat de weeskinderenstichting volgens het OM binnen de koepelstructuur van de Union of Good zou vallen.

Tijdens het pleidooi, dat bijna de hele woensdag in beslag nam, benadrukte Abou R. in zijn laatste woord dat hij onschuldig is en altijd heeft geprobeerd Palestijnse behoeftigen te helpen. Hij noemde de eis van drie jaar gevangenisstraf een schok en verwees naar zijn eerdere detentie en de gevolgen voor zijn gezondheid. De rechtbank doet uitspraak op 27 mei.