Peter verandert na moord op moeder: 'Vrienden kunnen het niet aanzien'
In dit artikel:
Peter Verhagen leeft al bijna twintig jaar met de nasleep van de moord op zijn moeder Tineke, die op 1 november 2007 verdween na een bezoek aan GGZ-instelling Parnassia met een van Peters broers. Enkele dagen later werd haar lichaam in een ondiepe sloot gevonden. Aanvankelijk zagen onderzoekers geen misdrijf, maar pas maanden later, nadat nog twee lichamen in dezelfde sloot werden aangetroffen, bleek dat Tineke slachtoffer was van wat de Parnassiamoorden zou worden genoemd.
Het onderzoek verliep moeizaam. Het dossier van Tineke bleek summier, de politie stond op achterstand en besloot het lichaam op te graven — een ingreep die Peter zodanig trof dat hij met een ambulance moest worden afgevoerd. Een cruciaal obstakel was dat de recherche geen toegang kreeg tot medische patiëntgegevens van Parnassia vanwege het beroepsgeheim. Dat leidde ertoe dat Peter, samen met zijn vrouw Jilly, een langdurige strijd is begonnen tegen de reikwijdte van het medisch beroepsgeheim; zij vinden dat privacyregels een moordonderzoek niet mogen blokkeren.
De zaak heeft diepe persoonlijke gevolgen: Peter zegt dat hij overdag zijn rol als vader vervult, maar ’s avonds vaak emotioneel instort. Ook zijn sociale kring lijdt mee; vrienden en familie vinden het moeilijk om hem te zien veranderen. Het echtpaar spreekt bovendien andere nabestaanden die aangeven de psychische tol niet meer te kunnen dragen. Peter verlangt naar strafrechtelijke afdoening van de dader en verzet zich tegen het idee dat die nu beschutting zou krijgen binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Dit interview maakt deel uit van de serie Open Einde, waarin nabestaanden van coldcases vertellen over de blijvende impact van onopgeloste moorden.