'Provincie grijpt liever niet in', maar doet dat toch: gemeenten huisvesten te weinig statushouders
In dit artikel:
De provincie Zuid-Holland neemt strenger toezicht en mogelijk directe sturing bij de huisvesting van statushouders in twee gemeenten: Krimpenerwaard en Leidschendam-Voorburg. Beide gemeenten voldoen volgens het college van Gedeputeerde Staten sinds 1 januari 2023 niet aan hun wettelijke plicht om vluchtelingen met een verblijfsvergunning in sociale huurwoningen onder te brengen. Omdat de gevraagde huisvestingsplannen uitbleven of onvoldoende bleken, kondigt de provincie nu een 'indeplaatsstelling' aan: als de tekorten niet worden weggewerkt, neemt de provincie de taak over.
De gemeenten krijgen een laatste termijn tot 1 april 2027 — mede vanwege recente verkiezingen — om de achterstanden weg te werken. Volgens de provincie moet Leidschendam-Voorburg nog huizen leveren voor 182 statushouders, Krimpenerwaard voor 46. Pijnacker-Nootdorp kwam eerder al in de gevarenzone maar wist met een plan te voldoen, en blijft buiten deze maatregel.
Gedeputeerde Anne Koning gaf aanvankelijk de voorkeur aan lokaal maatwerk en wilde gebruikmaken van gemeentelijke expertise, maar na langdurige overleggen bleek dat Leidschendam-Voorburg en Krimpenerwaard onvoldoende voortgang boekten. De provincie benadrukt dat snelle actie nodig is om onnodige bezetting van asielzoekerscentra te voorkomen.
De gemeente Leidschendam-Voorburg zegt de situatie zeer serieus te nemen en wijst op intensieve inspanningen en een tijdelijke opvanglocatie aan de Van Ruysdaellaan voor 193 mensen. Tegelijk waarschuwt zij dat de druk op de woningmarkt groot is en passende huisvesting voor verschillende doelgroepen complex blijft. Als de gemeenten de tekorten niet tijdig oplossen, zal Zuid-Holland de huisvesting regiobreed organiseren en uitvoeren.