Reconstructie van moord op 14-jarige Esmee: 'We hebben haar gevonden, ze leeft niet meer'

dinsdag, 19 mei 2026 (06:17) - Omroep West

In dit artikel:

“Esmee was een meisje met een hart dat veel te goed was voor deze wereld,” zegt haar moeder over haar dochter Esmee Kortekaas, 14, die eind december 2021 werd vermoord en op oudejaarsdag in een parkje in Leiden werd aangetroffen. Haar lichaam was daar gedumpt; verdachte in de zaak is Olivier van der G.

Esmee moest op 30 december om 22.00 uur thuis zijn. Toen ze later niet terugkeerde en haar telefoon niet opnam, alarmeerden haar ouders de politie rond 23.32 uur. Wat eerst als een gewone vermissing begon, kreeg al snel de status van een ‘urgente vermissing’ toen via Esmees iPad en telefoon chats naar voren kwamen met Olivier en berichten bleek te zijn gewist.

Rechercheurs spoorden Olivier snel op in Leiden. Bij een eerste huisbezoek gaf hij een alibi en leek meewerkend; opvallend was alleen dat er midden in de nacht beddengoed te drogen hing. Later brachten technische onderzoekers een grote hoeveelheid data en locatie-informatie aan het licht, ondanks dat Esmees telefoon verdwenen was. Beelden van cameratoezicht toonden schokkende scènes: Olivier droeg Esmee op zijn rug, vervoerde haar met de fiets naar het park waar ze werd achtergelaten en ging met een vuilniszak een sportschool binnen. In de vuilniszak trof de recherche onder meer kleding en materialen met bewijsmateriaal: schoenen met vermoedelijk urine van Esmee, keukenpapier met haar bloed en condooms met DNA van beiden.

Forensisch onderzoek toonde letsel aan Esmees linker enkel en kaaklijn, bloed rond de neus en beschadigde tongbeentjes, wat wijst op verwurging. Ook wezen sporen uit dat haar lichaam ergens anders was om het leven gebracht en later verplaatst. Op basis van telefoongegevens, chatgeschiedenis en camerabeelden kwam Olivier snel in beeld als verdachte. Na meerdere verhoren bekende hij uiteindelijk dat een ruzie escaleerde: hij verklaarde dat hij haar had opgetild, een enkel had gestoten, haar met een judoworp had neergegooid en in een ‘black-out’ haar nek had vastgepakt waardoor ze stierf. Daarna zou hij haar hebben vervoerd en pogingen hebben gedaan bewijsmateriaal te wissen en Esmees telefoon in het water te gooien.

Een psychologisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum concludeerde dat Olivier seksuele voorkeuren had voor meisjes van 12–15 jaar en op het moment van de daad verminderd toerekeningsvatbaar was. Uit verdere reconstructie bleek dat hij en Esmee elkaar hadden leren kennen toen zij 12 was; hun relatie werd door deskundigen omschreven als symbiotisch en emotioneel afhankelijk, met manipulatie en chantage in de communicatie.

Tijdens het proces eiste de officier van justitie veertien jaar cel en tbs met dwangverpleging; de rechtbank legde uiteindelijk twaalf jaar gevangenisstraf op plus tbs. Olivier trok later zijn hoger beroep in, in de periode waarin de maximumstraf voor doodslag werd verhoogd. De ouders van Esmee woonden de rechtszaak niet in de zittingszaal bij omdat ze het niet konden verdragen de dader in de ogen te zien; zij geven aan vrede te hebben met de uitspraak.

Het reconstructieverhaal van deze zaak werd ook gebruikt in de voorstelling Politie Den Haag Exclusief, waarin betrokken instanties en nabestaanden uitleg geven over hoe het onderzoek is verlopen en welke bewijsvoering de zaak rond maakte.