Sam ontdekt voetballand Indonesië via harde kernen, politiek en zijn eigen familiegeschiedenis
In dit artikel:
Haagse journalist Sam van Raalte trekt in zijn boek De Voetbalrepubliek door Indonesië om de ziel van het land te vinden via voetbal. Met de provocerende ondertitel Op reis door het grootste voetballand ter wereld wil hij aantonen dat Indonesië — na India, China en de VS het grootste land qua bevolking — uniek is omdat voetbal er de dominante sport is, terwijl het nationale elftal nog niet op topniveau presteert.
Van Raalte volgde het nationale team en reisde onder meer via Australië, Bali en Java naar Saudi‑Arabië, waar onder bondscoach Patrick Kluivert het WK‑ticket net uit de handen gleed. Die teleurstelling werd door miljoenen Indonesiërs als collectief trauma ervaren, maar Van Raalte ontdekte ook hoe politiek belang een rol speelt bij zulke momenten. “Politiek en voetbal zijn verweven met elkaar in Indonesië,” constateert hij: presidentschap en voetbalbond worden gebruikt voor imago en PR — een rol die hij expliciet koppelt aan president Prabowo Subianto.
Daarbij werkt de politieke invloed zowel op nationaal als lokaal niveau: nationale successen worden politiek geëxploiteerd, clubvoetbal kent intussen machtige lokale gouverneurs en belangen. Naast die machtsverhoudingen vormt de pure voetbalcultuur de kern van het boek. Van Raalte beschrijft extreem fanatisme — vuurwerk, religieuze beleving en massale betrokkenheid — en vergelijkt de intensiteit met plekken als Boca Juniors. Hij werd overal toegelaten, sprak met leiders van harde kernen en werd letterlijk meegesleurd in de menigte; tegelijk maakte hij ook angstige momenten mee, vooral in de nasleep van de dodelijke stadionramp van 2022 (waarbij 135 mensen omkwamen) en tijdens chaotische kampioensvieringen van Persib Bandung.
Het derde thema is persoonlijk: Van Raalte, half‑Indisch, reconstrueert zijn band met zijn wortels. Reizen naar de straat waar zijn grootmoeder opgroeide bracht emoties en dankbaarheid naar boven en gaf hem inzicht in de migratiegeschiedenis van zijn familie. Hij bespreekt ook spelers van de diaspora, zoals Mees Hilgers, die voor Indonesië uitkomt en daarmee illustreren hoe verwantschap en identiteit door sport verbonden worden.
De Voetbalrepubliek combineert reportage over fanatieke cultuur en veiligheidsprobleem met politieke analyse en familiegeschiedenis, en probeert zo te laten zien wat voetbal zegt over de bredere Indonesische samenleving.