Simpele zaak wordt nachtmerrie nadat rechtbank stukken kwijtraakt
In dit artikel:
Saïd El Haddaoui uit Den Haag kreeg een juridisch en administratief nachtmerrie nadat hij een vervangende leaseauto vijftien minuten te laat had ingeleverd. Het leasebedrijf rekende hem voor die kleine vertraging een hele extra dagverliesvergoeding van €95,60 (meer dan €6 per minuut). Saïd weigerde te betalen; het bedrijf schakelde een deurwaarder in en voegde bovendien verkeersboetes toe aan de vordering die Saïd al betaald had.
Hij werd vervolgens gedagvaard en stuurde tijdig alle relevante stukken naar de rechtbank. Hij ontving een ontvangstbevestiging en een mededeling dat zijn aanwezigheid voor die zitting niet nodig was. Een verzoek om uitstel raakte echter onopgemerkt bij de rechtbank: de zitting ging door in februari 2025 zonder dat Saïd aanwezig was. Daardoor viel er een verstekvonnis tegen hem, inclusief de al betaalde boetes. Dat vonnis werd niet naar Saïd gestuurd maar alleen naar de deurwaarder, waardoor de termijn voor hoger beroep onbeheerd verstreek. Toen Saïd een afschrift opvroeg bleek de rechtbank het originele vonnis kwijt te zijn.
Saïd diende een uitgebreid verweerschrift in en vroeg niet alleen om herstel van de onterechte vordering van de leasemaatschappij maar ook om schadevergoeding wegens fouten van de rechtbank. De rechtbank bood aan de kosten van het verweer tegen het verstekvonnis te vergoeden, maar omdat Saïd het vonnis niet had, reageerde hij niet op dat aanbod. Na een reeks zittingen, uitstelrondes en zoektochten naar het papieren dossier — dat uiteindelijk alleen nog bij de deurwaarder bleek te bestaan — kwam de zaak eind april weer op de rol.
Bij de meest recente zitting wees de rechter Saïds pogingen af om de bredere klachten tegen de rechtbank te bespreken. Die rechter beperkte zich tot de oorspronkelijke rekening van het leasebedrijf. In het contract van de leasemaatschappij stonden tarieven voor o.a. niet-volgetankte afleveringen, het afkopen van eigen risico en verkeersboetes, maar niets over een boete voor te laat inleveren. Daardoor werd de vordering van €95,60 afgewezen; Saïd hoeft die dus niet te betalen en kreeg symbolisch €50 proceskosten omdat hij was komen opdagen. Zijn schadeclaim en aantijgingen tegen de rechtbank zijn echter niet behandeld, wat hem teleurstelt.
De Rechtbank Den Haag erkent dat een verzoek om uitstel over het hoofd is gezien en noemt dat niet juist. De rechtbank bevestigt ook dat het verstekvonnis niet digitaal voorhanden was en vermoedelijk fysiek elders in het archief ligt; daarom raadt zij aan een klacht in te dienen of juridische stappen te overwegen bij schadevorderingen tegen de rechtbank. Saïd overweegt nu juridisch advies in te winnen om de resterende geschillen en zijn schadeclaim alsnog aan te vechten.