Slechts 68.000 huizen gebouwd, terwijl doel veel hoger ligt
In dit artikel:
In Zuid-Holland zijn in de afgelopen vier jaar ongeveer 68.000 woningen opgeleverd; samen met circa 53.000 woningen waarvan de bouw al is begonnen of vergunningen zijn verleend, betekent dat dat er tot nu toe zo’n 120.000 huizen in gang zijn gezet. Dat is echter nog verre van het provinciale streefaantal van rond 247.000–248.000 nieuwe woningen vóór 2030, waardoor twijfels bestaan of het doel haalbaar is.
De provincie stelt dat er ruim voldoende plannen en capaciteit zijn — zelfs meer dan het afgesproken aantal met het Rijk — maar dat die plannen door praktische en juridische belemmeringen vaak niet tot bouwwerk leiden. Belangrijke obstakels zijn overbelasting van het elektriciteitsnet (waardoor grote complexen niet aangesloten kunnen worden), het stikstofslot en de daaruit voortvloeiende vergunningproblemen, personeelstekorten in de bouw en talrijke procedures bij de Raad van State. Die factoren vertragen of blokkeren projecten, ondanks dat grond- en projectontwikkeling op papier aanwezig zijn.
Het onderwerp leidde afgelopen woensdag tot een debat in Provinciale Staten. Politiek spitste zich toe op de vraag of de provincie haar koers moet wijzigen: BBB-fractievoorzitter Hans Veentjer pleitte voor meer ruimte voor woningbouw buiten bestaand bebouwd gebied en stelde het coalitieakkoord ter discussie, omdat veel kleine gemeenten volgens hem om extra locaties vragen. Coalitiepartner GroenLinks-PvdA reageerde verontwaardigd en vroeg of BBB het akkoord nog wel steunt. ChristenUnie, D66 en SGP dienden een motie in voor ‘maatwerk’ op het platteland om kansrijke locaties mogelijk te maken, maar die motie kreeg geen meerderheid; BBB stemde samen met GroenLinks-PvdA, VVD en CDA tegen. Gedeputeerde Anne Koning (PvdA, wonen) vond de motie onnodig omdat er genoeg kansrijke plannen zouden zijn en wees erop dat de kernproblemen niet bij het ontbreken van plannen liggen, maar bij netcongestie, stikstofzaken, rechtszaken en personeelstekorten. Zij noemde verwachtingen dat het doel met enkel meer plannen binnen bereik zou komen ronduit onrealistisch en zei dat de provincie moet doorzetten met wat wél mogelijk is.
Een motie van treurnis van Forum voor Democratie over het provinciale optreden haalde het niet. De discussie sluit aan op eerdere spanningen met het Rijk: in 2024 lag Zuid-Holland onder vuur van toenmalig minister Hugo de Jonge vanwege te strenge betaalbaarheidscriteria en een dreiging van ingrijpen, waarna nieuwe afspraken over het aantal te bouwen woningen werden gemaakt. De vraag of Zuid-Holland de ambities voor 2030 alsnog haalt, blijft voorlopig open.